Press "Enter" to skip to content

Deel 12 | Eindelijk, onze BZN (Baby Zonder Naam)

Onder het mom van ‘het duurt even, maar dan heb je ook wat’ neemt Ro na eindeloos bellen op. Godzijdank. Ik had mijn moeder al gestuurd met instructies om het luik van de zolder open te maken en hem op die manier te wekken, maar ben blij dat ze niet die vlizotrap op hoeft. Ik wandel gestaag heen en weer in de verloskamer en merk dat de pijnscheuten scherper worden. Gelukkig, dit gaat de goede kant op, denk ik.

Zodra Ro binnen stapt in de verloskamer, haal ik opgelucht adem. Hij is er. Tegelijkertijd raak ik wat afgeleid en heb ik het gevoel dat ik niet meer in mijn ‘bevalbubbel’ zit. De pijn voelt vervelender, maar of ik daadwerkelijk verder kom? Ik denk van niet. Wat dat betreft is dat dan misschien het ‘voordeel’ van vier eerdere bevallingen; je herkent het wanneer iets anders is. Zoals nu dus. De verloskundige controleert en ik zit inderdaad na drie kwartier nog steeds op vier centimeter.

Als ze weg is, mompel ik iets over pijnbestrijding tegen Ro. ‘Maar dat zouden we niet doen toch?’ Ik kijk hem vernietigend aan. ‘Zodra jij iets ter grootte van een bowlingbal door een piepklein gaatje moet persen, mag jij beslissen of je daar pijnbestrijding bij wil. Ik ga nu op de bel drukken.’ We krijgen de verschillende opties te horen en ik besluit te gaan voor remifentanil. Het blijkt de beste beslissing ooit.

Zodra ik een paar keer op het pompje heb gedrukt, voelt het of ik zweef. ‘Ik mag zeker niks meenemen voor thuis?’ vraag ik grinnikend. Man, dit is lekker spul. De weeën blijven scherp, maar tussendoor kom ik heerlijk bij en zweef ik ergens naar een andere wereld. Ro zegt later dat het bijna jammer is dat hij geen filmpje heeft opgenomen. Ik zit vooral te grijnzen op bed, geef hem antwoord op een vraag die hij in gedachten stelde en geniet daadwerkelijk van de bevalling.

Maar zodra ik bijna volledige ontsluiting heb, valt het apparaat uit (zoals hoort) en komt de hele situatie weer keihard binnen. Ik voel een soort paniek die ik nog nooit heb gehad en besef hoe makkelijk mijn vorige bevallingen eigenlijk waren. Daarbij ligt de baby nog wat hoog, dus ik moet met alles wat ik in me heb gaan persen. Zonder al te veel in details te willen treden voelt het alsof ons kleintje ergens van halverwege mijn ribbenkast moet komen.

Dan klinken godzijdank de verlossende woorden: ‘Je bent er bijna, nog één keer met alles dat je hebt.’ Ik had in mijn bevalplan aangegeven dat ik ons kindje wilde aanpakken, maar de verpleegster is me voor. Ze houdt hem omhoog en verklapt het geslacht. ‘Jullie hebben een zoon, gefeliciteerd.’ Ro en ik kijken elkaar verbaasd aan. Een jongetje? Die hadden we niet zien aankomen. Sterker, we hebben nog helemaal geen naam!

Schrijf je in voor onze wekelijkse update en mis nooit meer een artikel! Je vindt het formulier rechts (desktop) of onderaan deze pagina (mobiel). En volg je De Mamagids al op Instagram?

Ook leuk om te lezen

Be First to Comment

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

© De Mamagids