Press "Enter" to skip to content

Waarom je kind niet opruimt en andere eyeopeners

Waarom kinderen niet opruimen, was me altijd een raadsel. In het algemeen althans, hier thuis vermoedde ik gewoon dat ze mijn genen hadden en daardoor slordig gedrag laten zien. Afgelopen week kregen we echter een kort, maar heel interessant lesje neuropsychologie waarin we leerden waarom kinderen dus bepaald gedrag vertonen. En, misschien nog wel leuker: hoe je ze het gewenste gedrag kan aanleren! 

Neuropsychologie in een notendop

‘Schrijf allemaal een situatie op waarin je zoon of dochter nog zou kunnen verbeteren,’ vraagt neuropsycholoog Marald Mens de aanwezige ouders. We zitten op de basisschool van June. Voorafgaand aan de algemene informatieavond op school vertelt hij ons in van alles over de ontwikkeling van het kinderbrein bij kinderen in de basisschoolleeftijd. Een klein lesje neuropsychologie dus.

Onderaan mijn briefje krabbel ik: hangt tas niet op bij binnenkomst. Uiteraard blijk ik niet de enige. Een groot deel van deze ouders vindt slordigheid ergerlijk, net als moeite hebben met samenspelen, gebrek aan zelfstandigheid of slecht kunnen plannen. Maar voor we weten hoe dat precies zit, gaan we eerst eens kijken naar de werking van de hersenen.

hierom ruimt kind niet op

Hoe werken onze hersens eigenlijk?

Zonder de hele presentatie te willen herhalen, zal ik kort ingaan op hetgeen we leerden van Marald Mens. Zo sturen de executieve functies in onze hersenen ons gedrag aan. Een aantal functies zijn daarbij van belang:

  • Het werkgeheugen
  • Inhibitie
  • Planning
  • Flexibiliteit
  • Lange-termijngeheugen

Het werkgeheugen

Het werkgeheugen is een tijdelijke opslagplaats van taakrelevante informatie in de hersenen.

Wat dat betekent in jip-en-janneketaal? Als je ergens actief mee bezig bent, gebruik je het werkgeheugen. Denk aan kennis toepassen, verkeersregels actief gebruiken of het onthouden van iemands naam. Je haalt dus terug wat je al weet. Een ander voorbeeld, dat ook Mens gebruikte: we kennen allemaal de situatie dat je iets wil pakken en eenmaal bij je bestemming geen idee meer hebt wat. Wat doe je dan? Je loopt terug naar de plek waar je het bedacht en hup, daar schiet het je weer te binnen. Dan gebruik je het werkgeheugen.

Inhibitie

Zonder inhibitie (ook wel de rem op je denken en doen) zouden we allemaal vanuit onze pure emotie reageren. Dus niet schelden in de auto wanneer je een bumperklever hebt, maar uitstappen en iemand slaan. Of op vakantie vechten om een stoel bij het zwembad.

Vanaf je tweede levensjaar ontwikkel je dit mechanisme. Dat verklaart meteen waarom een jonge peuter nog vrij primitief reageert om een stuk speelgoed en ze op latere leeftijd leren delen. Als je vermoeid bent of stress ervaart, heeft dat invloed op je inhibitie. Je bent sneller boos, kan gaan piekeren of geeft sneller toe aan een verslaving (als je verslavingsgevoelig bent).

Dit filmpje kregen we te zien. Het laatste meisje is een peuter, de rest zijn kleuters.

Planning en organisatie

Ik denk dat de meesten het wel enigszins herkennen: ‘s ochtends voel je jezelf meer politieagent dan moeder. In de ochtendspits lijkt maar één persoon belang te hebben bij op tijd komen en dat ben jij. Dit heeft allemaal te maken met deze functie van de hersenen: iets dat ze pas op een wat latere leeftijd ontwikkelen.

Toch prettig om te weten dat als je puber zijn tas in de gang gooit, zijn schoenen uit schopt en jas halverwege neergooit, je niet hoeft te wanhopen. Het is geen kwade wil, maar iets dat zich pas in de puberleeftijd gaat ontwikkelen.

Al hoeft hij zich daar niet achter te gaan verschuilen: er zijn oplossingen! Hier komt ik straks uiteraard nog even op terug. 

Flexibiliteit

Binnen dit gebied van gedragingen als tegen je verlies kunnen of flexibel kunnen omgaan met het feit dat de juf ziek is en je vandaag een invalmeester hebt. Opnieuw iets dat zich moet ontwikkelen. Dit is één van de moeilijkste dingen voor kinderen om te leren. En ook als volwassenen hebben we hier nog weleens moeite mee.

Om dat te testen, liet Marald Mens ons smileys zien. Bij de vrolijke moesten we luid ‘ja’ zeggen, bij de boze stil blijven. Dat ging eigenlijk al meteen de mist in: een paar mensen riepen even enthousiast ‘nee’. Iets later volgde een tweede test waarbij je moest schakelen tussen boos, blij, man of vrouw – afhankelijk van het icoon boven de afbeelding. Al snel liep dat volledig verkeerd: de emotie werd verkeerd benoemd en we riepen ‘jongen’ in plaats van man. Tot zover onze eigen flexibiliteit!

Langetermijngeheugen

Hier gingen we niet heel lang op in, maar de kern van het verhaal is dat bepaalde gedragingen in je langetermijngeheugen moeten worden opgeslagen. Herhaaldelijk opruimen bijvoorbeeld om er een gewoonte van te maken. Of samen zitten voor die spreekbeurt en stap voor stap uitwerken, zodat ze leren organiseren.

Algemene informatie over executieve functies

  • We verschillen allemaal: de één kan beter plannen, de ander is flexibeler.
  • Stress en vermoeidheid kunnen een negatieve invloed hebben op de executieve functies. Denk maar aan de test met de smileys en foto’s. Ook in het echte leven reageer je vaak veel bozer op je kind als je hartstikke moe bent dan wanneer je kon uitrusten.
  • Je kind ontwikkelt zich nog tot zijn eenentwintigste. Vanaf je dertigste gaat het weer bergafwaarts

Waarom ruimen kinderen niet op?

De kennis heb je nu, al is het dat op zichzelf natuurlijk geen oplossing. Wel begreep ik mijn rommelige dochters veel beter en Rose die constant zonder remmingen ‘mama, mama, mama’ roept wanneer ze mijn aandacht wil. Maar je wil alsnog dat ze leren opruimen of wachten op hun beurt. Hoe pak je dat nu aan?

Wat niet werkt om ze te laten opruimen

Heel herkenbaar, zowel voor mij als de ouders om me heen, was dat we geneigd zijn om bepaald gedrag op te lossen met:

  • Vooraf ingrijpen door het probleem te voorkomen (waarschuwen, iets volledig weghalen)
  • Achteraf ingrijpen door te reageren op het kind (vertellen dat het anders had moeten gebeuren of mopperen)

Dit loste het probleem echter niet op, want de keer daarop gaat het weer precies hetzelfde. Zoals altijd komt de gulden middenweg weer van pas.

kind ruimt niet op

De oplossing: zo leer je je kind opruimen en organiseren

De oplossing zit hem namelijk in het aanleren van vaardigheden. Je kunt niet verwachten van een peuter dat hij zijn kamer opruimt, als zijn vermogen tot plannen en organiseren pas richting de puberteit echt in ontwikkeling komt. Hij weet simpelweg niet goed wat je van hem verwacht. Maar gelukkig kan je hier wel aan werken.

Vaardigheden leren die nodig zijn voor opruimen en organiseren

Begin klein. Stel dat je kind de bak met Duplo regelmatig omkeert en jij daarna vruchteloze pogingen blijft doen om het samen op te ruimen. Gebeurt hier dus regelmatig. Dat is een mooie vaardigheid om aan te leren.

  • Bedenk samen een stappenplan: pak de bak, stop de duplo daarin en zet de bak terug. Mens adviseerde om het bij 3-5 stappen te houden, zodat het geheel overzichtelijk blijft.
  • Maak foto’s of tekeningen van de deelstappen
  • Oefen in de praktijk: voordoen, samen doen, zelfstandig (bij kinderen die ouder of zelfstandiger zijn, kan je het voordoen overslaan)
  • Bepaal welk toezicht nodig is; hoe jonger het kind, des te meer regie je kan pakken

Omgeving aanpassen

Een idee is om de omgeving aan te passen. Wij hebben nu bakken in de kast waarop duidelijk uitgesplitst staat welk speelgoed in welke bak moet. Dus in die zin waren we best lekker bezig. Daarnaast is het goed om je kind te herinneren, aanwijzingen te geven etc. Vraag vooraf wat de bedoeling ook alweer was, loop eventueel de stappen nog eens door. En wat ook altijd werkt is een beloning. Dat hoeft geen waarde te hebben: stickers doen het op jonge leeftijd ook altijd goed.

Reageer

Na afloop evalueer je de situatie: wat ging goed, zijn alle stappen doorlopen? En als het niet goed ging, op welke manier corrigeer je dan?

Meer weten over opvoeding en hoe je hersenen werken?

Het verhaal van Marald Mens is bijzonder. Eigenlijk wilde ik korte levensloop beschrijven, maar ik kan het niet beter vertellen dan hijzelf. Op zijn website lees je hoe hij van een studie neuropsychologie in het onderwijs terecht kwam. Daarnaast richtte hij zijn eigen bedrijf op: Mens op School.

Sinds september 2015 verzorg ik vanuit mijn eigen bedrijf ‘Mens op School’ lezingen en trainingen rondom het lerende brein door het hele land.  Ook blijft mijn focus nog altijd liggen op leerlingenzorg, opbrengstgericht werken en coaching.

Interessant voor ouders

Marald Mens raadde twee boeken aan:

Met deze boeken krijg je inzicht in het kinderbrein, maar ook handvatten om die kennis toe te passen. Aan de hand van voorbeelden gaan de auteurs in op hoe je bepaalde functies kan verbeteren. Denk aan timemanagement of beter omgaan met emoties. De boeken kosten € 30,00 bij Bol.com. Ook bestaat er een editie voor volwassenen waarvan ik vermoed dat ik hem zelf, met mijn chaotische inborst, ook nog heel goed zou kunnen gebruiken.

Publicaties voor leerkrachten

Vanuit zijn eigen ervaring in het onderwijs én natuurlijk de studie neuropsychologie verschenen meerdere publicaties die interessant zijn voor iedereen die werkzaam is in het onderwijs. Bijvoorbeeld het boek Breinsleutels. Klik hier voor een volledige lijst en hier om het boek (inclusief DVD) te bestellen. Ook kan je teamtrainingen boeken (erg interessant, weet ik uit betrouwbare bron) of consultatieve leerlingbegeleiding.

Vinden jouw kinderen het ook lastig om op te ruimen? Ga je aan de slag met bovenstaande tips? En – even tussen ons – van welk gedrag hoop jij dat je kind het ooit nog leert aanpassen?

               Praat je gezellig mee?

    Geef een reactie

    Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *