Press "Enter" to skip to content

Mijn bevallingsverhalen: elke keer was anders

May

Na een paar dagen rommelen, durfde ik de verloskundige eigenlijk niet meer te bellen. Wel hadden we op het allerlaatste moment besloten dat ik thuis zou bevallen dit keer, als alles naar verwachting liep. Maar ondanks dat de krampen regelmatiger werden en inmiddels elke zoveel minuten kwamen, wist ik het nog steeds niet zeker. ‘Elke vrouw is anders, dus ook geen bevalling is hetzelfde,’ vertelde Google me. Daar moest ik het maar mee doen.

Ro had zijn werk inmiddels afgebeld, wat ik op dat moment behoorlijk overdreven vond, en zorgde voor de kinderen. Ik besloot nog maar een klein dutje te doen en op bed te liggen. Tijdens de lunch hees ik mezelf in joggingbroek en strompelde naar beneden, waar ik de wind van voren kreeg van June. ‘Jij bent lekker,’ mopperde ze, ‘zit ik te kletsen, let je niet eens op!’ Aan mijn buikpijn had ze geen boodschap. ‘Moet je maar op bed gaan liggen,’ merkte ze nuchter op.

Dus dat deed ik uiteindelijk maar. Een uurtje later belde ik de verloskundige die zou komen kijken als het bleef aanhouden. Mijn baarmoedermond was er klaar voor, de ontsluiting 1-2 centimeter en ze zwaaide me lachend gedag. ‘Misschien al tot vanavond!’ Nog iets later haalde mijn moeder de kinderen op en ging het ineens heel snel. Ik besloot te gaan wandelen over de bovenverdieping om de weeën te doen vorderen en met succes. Binnen een halfuur piepte ik tegen Ro dat ik voelde dat het bijna zover was en hij belde de verloskundige.

Die constateerde dat ik al op ruim acht centimeter zat, brak mijn vliezen en binnen een paar minuten was de ontsluiting volledig. In slechts een kwartiertje lag onze jongste dochter op mijn buik – gewoon in ons eigen huis, met alleen Ro en de verloskundige bij me. De aanloop duurde weliswaar wat lang, maar de bevalling zelf ging in een ruk voorbij. Echt, wat een luxe! Ik zou er zo voor tekenen om het nog eens op deze manier te doen, gewoon lekker met elkaar.

Rose

Wanneer mijn zusje belt of ze June kan meenemen naar het strand, die woensdag, krijg ik een sterk voorgevoel dat het niet handig is. Hoewel ik nog maar net 37 weken ben, zie ik het nog wel gebeuren dat ik uitgerekend dan moet bevallen. Ik zeg dat het niet kan, tot hun grote teleurstelling. De dag erop plof ik vermoeid op de bank. ‘Wat mij betreft mag ze komen, zucht ik tegen Ro.’ En alsof ze het hoort: een paar uur nadat we in slaap vallen, word ik wakker. Mijn vliezen zijn gebroken.

Als ik hem wakker maak, mompelt hij iets over een generale repetitie en wil weer verder slapen. Maar ik schud hem bruut wakker. Het is begonnen. Sceptisch staat hij op, loopt naar beneden om de verloskundige te bellen en wanneer hij terugkomt, volgt een tweede golf vruchtwater. De aanstaande vader is wakker. Eindelijk! June wordt wakker door de commotie en komt huppelend de kamer in, terwijl wij wachten op de verloskundige.

Helaas is onze lieve baby nog niet ingedaald. Bovendien blijf ik licht bloedverlies houden en ze besluit dat ik per ambulance naar het ziekenhuis moet. Mijn moeder is er om half 7, ik ga naar het ziekenhuis en Ro er achteraan met onze spullen. Eenmaal daar komt de gynaecoloog langs die dezelfde constatering doet en ik krijg weeënopwekkers ingespoten. Maar hoewel de pijn steeds scherper wordt – iets waar Ro me ook op wijst wanneer hij als sportcommentator voorziet van een live verslag van de monitor, verandert het niets.

Uiteindelijk blijkt mijn blaas behoorlijk vol te zitten. Een katheter later komt er gelukkig eindelijk schot in de zaak. Behoorlijk wat schot trouwens: ik kom in een weeënstorm terecht en heb geen tijd meer om bij te komen. Ik voel me misselijk en niet veel later smeek ik om pijnstilling. Voor een ruggenprik is het inmiddels al te laat, maar na herhaaldelijk aangeven dat ik niet meer kan, krijg ik pethidine. Achteraf gezien nutteloos, want binnen een kwartier ligt Rose op mijn buik. Ze lijkt als twee druppels op haar vader, zo mooi!

Weer een kwartier later zit ik stoned als een kanarie in bed terwijl de eerste visite langzaam binnendruppelt. Terwijl June binnenkomt en haar zusje knuffelt, voel ik me steeds suffer en giecheliger worden. Veel krijg ik er niet meer van mee. Ook Rose is behoorlijk vermoeid. Na afloop installeren we ons in het kraamzorghotel dat naast het ziekenhuis ligt. Klaar voor de eerste nacht als gezin van vier en intens gelukkig.

June

22 jaar oud en ik had geen idee wat me te wachten stond. Als ik het achteraf moet beschrijven, voelde mijn eerste bevalling vooral eenzaam. Hoe dat zat? Ik neem je even mee naar het begin.

Die zondagavond verloor ik wat druppeltjes. Even kromp ik ineen bij de gedachte dat ik, begin twintig, incontinent was geworden, maar niet veel later besefte ik dat het ook vruchtwater kon zijn. Ik belde de verloskundige die dit bevestigde. Waarschijnlijk zat er een scheurtje in mijn vliezen en dat betekende vanaf nu dat ik elke dag langs het ziekenhuis moest om eventuele ontstekingswaarden in mijn bloed te controleren en de weeënactiviteit te meten.

Dat duurde zo door tot woensdag. Die middag voelden de pijnscheuten iets scherper en vermoedde ik dat het misschien was begonnen. Beter ook, want de dag erop zou ik worden ingeleid. ‘Een vingertopje, dus net niks,’ constateerde de dienstdoende gynaecoloog een tikje nors. Daarmee moest ik het doen. De verpleegkundige gaf me voor het slapengaan een pethidine-prik waarna ik al snel duf werd en in slaap viel. Het zou de weeën remmen, zei ze; zo kreeg ik nog wat slaap.

Binnen enkele uren doe ik mijn ogen echter weer open. De pijn overspoelt me. De nachtverpleging doet weinig voor me en vraagt verveeld of ze iets kunnen doen. Als ik half huilend uitbreng dat het zo’n pijn doet, krijg ik alleen maar te horen: ‘Tja, hoort erbij.’ En ze vertrekken weer, terwijl ik geen idee heb waar ik het moet zoeken. Omdat de pethidine nog volop werkt, ben ik er niet helemaal bewust bij. Ik raak een beetje in paniek. Uiteindelijk komt een verpleegster terug, doet voor hoe ik moet puffen en verdwijnt weer.

Intussen zit ik middenin een weeënstorm, wandel slingerend rond alsof ik stomdronken ben en allemaal op half bewustzijn. Uiteindelijk vullen ze een bad voor me met warm water, maar het helpt niks. De pijn is niet te doen. De ergernis bij de verpleegkundigen neemt toe en ik besluit in de badkamer te gaan zitten, opgevouwen in de (toepasselijke) foetushouding en met mijn hoofd op een krukje. Ik kan niet meer en keer volledig in mezelf. Pas wanneer ik persdrang denk te hebben, druk ik de laatste keer op de bel.

De eerste vrouw die binnenkomt, begint te zeggen dat ze er nu eenmaal niks aan kunnen doen dat ik pijn heb – tot ze ziet dat het echt begonnen is. In volle vaart word ik naar de verloskamer gereden, waar de gynaecoloog zichzelf klaar maakt voor de bevalling. In welgeteld vier minuten ligt mijn oudste dochter bij me. Ik ben compleet overdonderd. Het enige dat ik op dat moment nog kan denken is: ‘Goh, er zat echt een kindje in mijn buik!’

Pas een dag later wanneer ik in alle rust naar haar kijk, weer helder ben en zie hoe prachtig ze is, stromen de tranen over mijn wangen. Ik heb een dochter. Ik ben mama.

Be First to Comment

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *