Press "Enter" to skip to content

Lief Dagboek #30 | Pizza pollo als positieve test

Woest sla ik de klep van de pizzadoos dicht, mijn mond vertrekt tot een streep. ‘Ze hebben me gewoon de verkeerde gegeven! Ik wil helemaal geen kip op mijn pizza,’ beklaag ik me tegen Ro, terwijl ik driftig het nummer zoek van de pizzeria. Niet veel later ga ik tekeer tegen het jonge meisje dat beweert gewoon de bestelling te hebben afgeleverd die ze binnenkregen. Het helpt weinig. ‘Als ik een nieuwe pizza moet betalen, ook prima, maar deze wil ik niet.’ Ze belooft me een nieuwe te komen brengen en ik hang op. Een minuut later staar ik beschaamd naar mijn bestelling in de mail. Pizza pollo. Oeps. Hopelijk spugen ze er niet op.

Ergens had ik op dat exacte moment al kunnen weten hoe laat het was. Als ik zwanger ben dan reageer ik namelijk nogal territoriaal als het om mijn eten gaat. Zo vervloekte ik een paar jaar terug iedereen die überhaupt naar mijn gele kiwi’s of aardbeien durfde de staren, en nu mopper ik vanwege een ‘verkeerde’ pizza. Heel even schiet nog de gedachte door mijn hoofd: zou ik niet gewoon..? Maar even snel als hij opkomt, verwerp ik het ook weer. Ik heb vaker gedacht zwanger te zijn en dan klopte daar ook niks van. Na komend paasweekend is het vroeg zat om te testen. In theorie althans, in de praktijk moet ik op mijn handen zitten om niet te googelen naar vroege zwangerschapssymptomen.

Verdriet en hoop wervelen om elkaar heen om gehoord te worden. Het is aan de ene kant al een halfjaar geleden dat we Nova verloren; onwerkelijk, als ik daarbij stilsta. Ondanks dat het aantal ‘lichte’ dagen toeneemt, doet het op sommige momenten nog evenveel pijn als een paar maanden terug. Daar tegenover staat misschien een nieuwe zwangerschap die me nu even het gevoel geeft weer te leven en normaal te zijn, in plaats van een rouwende moeder. Een gevoel waarvan ik eigenlijk dacht het nooit meer te mogen hebben.

Het komende paasweekend, dat door alle coronamaatregelen toch niks waard is, komt als geroepen. Spontaan besluiten we een weekendje naar Zeeland te gaan. Even uitwaaien aan het strand, bijkomen en – meer voor mezelf – misschien eindelijk de knoop eens doorhakken, hoewel dat een wat dubieuze uitdrukking is in deze context 😉 Mocht ik namelijk niet zwanger zijn, dan wil ik niet nog eens maand in, maand uit met dit soort onzekerheid zitten. Dan moeten we een beslissing nemen. Per slot van rekening ben ik al vijftien jaar moeder. Moeten er niet gewoon nu duidelijke keuzes worden gemaakt?

Nadenken doe ik dat weekend zeker, maar tot een conclusie komen lukt niet. Mijn kinderwens is groot, de angst voor herhaling ook. Ik wil dat laatste mezelf niet aandoen, maar vooral de mensen om me heen hoop ik nooit meer door die ellende te hoeven zien heengaan. Het intense, rauwe verdriet dat als een verwoestende tornado over alles heen raast, met als dieptepunt de pijn in de ogen van onze kinderen. Moeten we dat risico willen nemen? Of is het een kwestie van vertrouwen hebben dat alles nu wél goed gaat? Na mijn overpeinzingen ben ik nog altijd niet overtuigd van wat we moeten doen. Laat staan van de eventuele zwangerschap zwangerschap – of beter gezegd, ik voel aan alles dat het zo is, maar durf er niet op te hopen. Toch laat ik mijn blikje Red Bull voor de zekerheid staan. Je weet het immers maar nooit.

Weer thuis schuif ik het moment van testen voor me uit. ‘Als ik zwanger ben, dan ik dat over zeven maanden nog steeds,’ lach ik nuchterder naar Ro dan ik me voel. Stiekem durf ik gewoon niet. Ik wil het eventuele moment van teleurstelling nog even voor me uitschuiven, zolang dat kan. Toch blijft mijn menstruatie uit en lijk ik af en toe een zweempje misselijkheid te voelen – of is dat de wens die vader is van de gedachte? Uiteindelijk duurt het nog een halve week tot mijn nieuwsgierigheid de overhand krijgt. Ineens is er geen wachten meer bij en wil ik nú testen. Tijd voor twijfel of turen naar streepjes is er niet, vrijwel meteen verschijnt het welbekende plusje.

Jeetje, ik ben gewoon zwanger!

Diep van binnen voel ik een rotsvast vertrouwen in de goede afloop. Toch ben ik me er tot in mijn kern van bewust dat we nog ruim dertig weken voor de boeg hebben die bol zullen staan van de spanning, onzekerheid en waarschijnlijk medische onderzoeken. Om mezelf te beschermen, besluit ik met de test in handen om alles maar per week te gaan beleven. Een stap per keer. Druk maken heeft geen zin, vind ik; per slot van rekening loopt alles toch wel zoals het loopt.

En zo is het ook. De weken daarna verlopen eigenlijk wel prima, ik heb weinig zorgen en voel me goed (zwanger). De eerste echo staat gepland en ik probeer dat zwaard van Damocles vooral vakkundig te negeren. Een beetje zoals Kinderen voor Kinderen ooit zong: wat je niet ziet, bestaat niet. Dat lukt eigenlijk prima, tot ik op een ochtend wat bloed verlies. Niet veel, maar genoeg om me een steen in mijn maag te bezorgen. Later die dag volgt buikpijn en ik verkramp. Alles doet me denken aan mijn miskraam, inmiddels anderhalf jaar terug. Toen kwam het alleen niet uit zichzelf op gang en duurde het bloedverlies nog weken. Dat irritante kritische stemmetje van binnen maakt dan ook genadeloos korte metten met mijn intuïtie.

Zie je wel, het was stom om hoop te hebben…

Schrijf je in voor onze wekelijkse update en mis nooit meer een artikel! Je vindt het formulier rechts (desktop) of onderaan deze pagina (mobiel). En volg je De Mamagids al op Instagram?

Ook leuk om te lezen

Be First to Comment

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *