Press "Enter" to skip to content

Lief Dagboek #3 | Hoe vertel je iemand…

In de serie Lief dagboek neem ik jullie mee in de eerste periode na het verlies van onze dochter Nova. Over keihard vallen, intens verdriet, maar ook bergen vol liefde en licht.

Lief dagboek,

Met een hart dat letterlijk zeer doet, lopen we het ziekenhuis uit. We zwijgen. Allebei weten we dat de volgende stap minstens zo moeilijk wordt: anderen vertellen dat ons meisje niet meer leeft. Mijn ouders, zusje en zwager, maar vooral de kinderen. Marco Borsato verwoordde het ooit heel mooi in De Waarheid: hoe vertel je iemand dat de aarde niet meer rond is, dat de vogels niet meer vliegen en de zon niet langer schijnt…? Ik heb werkelijk geen idee. Hoe moeten we in vredesnaam uitleggen wat we zelf nauwelijks bevatten?

De kinderen vertellen dat hun zusje niet meer leeft

De kinderen zijn op dat moment niet samen. June is nog thuis, omdat ze straks dansles heeft en wat huiswerk wilde afronden. De jongste twee zijn, zoals elke donderdag, bij opa en oma. Voor vertrek heeft Ro wel aan onze oudste uitgelegd wat we gingen doen en verteld dat de verloskundige Nova’s hartje niet kon vinden met de doptone.

Mijn hart krimpt, voor zover dat nog kon, nog verder ineen zodra ik hoor dat de telefoon overgaat. Ik weet namelijk dat er nu niemand is die June direct kan opvangen, maar het voelt tegelijkertijd verkeerd om haar nog langer in onzekerheid te laten zitten. Je moet op zo’n moment kiezen tussen twee, bijna onmenselijke, kwaden. Misselijk vertel ik haar hoe het is gegaan in het ziekenhuis en dat Nova inderdaad niet meer leeft. We zijn allebei in een soort shock. Ze gaat toch dansen, zegt ze. Ter afleiding – iets dat pubers vaak doen na zo’n heftige mededeling, lees ik later in een boek over rouwverwerking bij kinderen.

Bepaalde gebeurtenissen kan je misschien na afloop wel een beetje relativeren, maar dit is echt één van de verschrikkelijkste dingen die ik ooit heb moeten doen in mijn leven. Ze hangt op en mijn hart breekt voor de derde keer die dag in duizend stukjes. Toch is het niet de laatste keer: we moeten Rose en May nog inlichten.

Bij mijn ouders voor de deur halen we allebei nog een keer diep adem. Ro knijpt zachtjes in mijn hand en we stappen naar binnen. Meteen rennen ze op ons af en kijken nieuwsgierig naar mijn buik. ‘Zit de baby in de auto?’ vragen ze verwachtingsvol. Het dringt tot me door dat ze dachten dat we naar het ziekenhuis gingen voor de bevalling. Als verdoofd probeer ik de brok in mijn keel weg te slikken en glimlach dat we thuis alles zullen vertellen.

Het is allemaal zo surrealistisch. Zij eten vrolijk van de patatjes die oma hen heeft meegegeven, wij maken ons op voor een mededeling die hen voorgoed zal veranderen. Ik bedoel, hoe moet je zeggen dat een baby’tje kan overlijden als je voorheen alle zorgen rondom de dood suste met de uitspraak dat doodgaan eigenlijk alleen gebeurt als je oud bent?

‘Vertel nou wat er gebeurd is,’ dringt Rose ongeduldig aan. Ro kijkt me aan en ik neem het woord. Ik vertel dat kindjes in de buik soms ziek worden. En dat het bijna nooit voorkomt gelukkig, maar helaas bij ons wel. Dat Nova niet meer leeft. Rose is inmiddels net oud genoeg om te weten dat we de opa’s twee jaar geleden ook lieten cremeren en dat dood betekent dat je nooit meer terugkomt. Haar tranen zijn hartverscheurend. ‘Ik keek zo uit naar een zusje!’ Niet veel later huilen we allemaal in elkaars armen.

Meer dan ooit voel ik dat de tranen van je kind echt de verschrikkelijkste vorm van verdriet zijn die er maar bestaat. Zeker wanneer je weet, zoals in dit geval, dat er helemaal niets is dat je kan doen om ze weg te nemen. De afgelopen tijd hadden we bovendien zo toegeleefd naar haar geboorte. Door het nieuws rondom mijn vader waren we wel toe aan iets positiefs: nieuw leven, het heerlijke knuffelen met je baby en verliefd staren als ze zou slapen.

En nu is er niks meer.

Het pilletje

We brengen de dames voor een keer samen naar bed, spreken af dat ik bij hen op de kamer kom ‘logeren’ en geven ze extra dikke knuffels voor we het licht uitdoen. Daarna praten Ro en ik heel veel over wat er is gebeurd, vertellen een paar vrienden wat er is gebeurd en blijven hoofdschuddend herhalen dat het allemaal zo onwerkelijk is. Hoe kan dit? Ik was er bijna! 39,5 week – op de kop af. Ik zie bovendien enorm op tegen zaterdag vertel ik hem. Want hoe moet ik gaan bevallen van een kindje dat niet meer leeft? Dat het andere moeders ook lukt, daar heb ik geen boodschap aan. Ik voel me verscheurd, zwak, gebroken. En dan is er dat stomme pilletje nog.

Het is gek. Je weet dat je kindje is overleden, want je hebt het gehoord en op scherm gezien. Toch voelt het alsof je eigenhandig bijdraagt aan het hele proces. Alsof het jouw schuld is dat ze straks stil geboren wordt. Want wat als ze nog… En nee, ik weet best dat ze niet meer leeft, maar toch. Bovendien vermoed ik dat het afscheid nemen hier een beetje begint, ver voordat je daaraan toe bent. Al zal je er natuurlijk nooit écht aan toe zijn om afscheid te nemen van je kindje.

Die nacht slaap ik nauwelijks. En elke keer dat ik wakker schiet, komt de rauwe werkelijkheid als een mokerslag binnen. Het is geen nachtmerrie. Telkens val ik weer huilend in slaap, met mijn handen om mijn buik gesloten.

Ons kleine meisje… Hoe moet ik zonder jou?

Volg je de socials van De Mamagids al?
Hier vind je ons op Facebook, Instagram en Pinterest

Lees hier de andere delen van het dagboek

Afbeelding, Pra Chid – Shutterstock

Ook leuk om te lezen

2 Comments

  1. Inge Inge 15/11/2020

    Zo veel respect hoe je dit zo geschreven hebt. Heel intens. Nogmaals heel veel sterkte en kracht toegewenst.

  2. Nicole Wanten Nicole Wanten 15/11/2020

    Wauw…….kippevel….wat heb ik respect voor jou. Ze is vor altijd bij je in je hart en ze waakt over haar zusjes daar ben ik zeker van. Heel erg veel sterkte…….echt prachtig verwoord.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

© De Mamagids