Press "Enter" to skip to content

Lief Dagboek 24 | En dan sta ik weer in het ziekenhuis

In de serie Lief dagboek neem ik jullie mee in de eerste periode na het verlies van onze dochter Nova. Over keihard vallen, intens verdriet, maar ook bergen vol liefde en licht.

Lief Dagboek,

Het is begin december en tijd voor onze afspraak in het ziekenhuis. Waar ik dit eerder nog een beetje voor mezelf kon ontkennen, moeten we er nu toch echt aan geloven. De gynaecoloog zal een nagesprek met ons voeren over alles wat er is gebeurd, hoe we het hebben ervaren en de uitslagen met ons bespreken.

Hoewel we dat laatste al weten, voel ik me toch zenuwachtig. Wat nu als ze iets nieuws hebben gevonden? Als er toch iets is dat implicaties heeft voor de toekomst van onszelf of de kinderen? Aan alle kanten zit het me niet helemaal lekker, maar net als bij de bevalling kunnen we niet wegrennen. We moeten hier doorheen.

In principe heb ik geen directe verwachtingen. Ik wuif mijn angst weg, houd mezelf steeds voor dat de uitslag vast wel goedkomt en dat die zorgen er waarschijnlijk bij horen. Dat het dus allemaal iets anders loopt, had ik niet verwacht. En voor ik het weet staan we weer terug bij af.

Terug in het ziekenhuis

Ro en ik rijden richting het ziekenhuis. Dit keer zit ik zelf achter het stuur, een tikje zenuwachtig over de uitslag. Om me gerust te stellen, hou ik mezelf voor dat als ze inmiddels nog iets nieuws hadden ontdekt, we dat wel hadden gehoord van het ziekenhuis. En dat hebben we niet. Niemand heeft ons gebeld sinds het telefoongesprek van een aantal weken geleden.

Maar er zit nog een tweede laag onder die zenuwen. Het is de eerste keer dat we weer in het ziekenhuis komen waar we de echo kregen met het slechte nieuws en waar ik mocht bevallen van Nova. Hoe zal ik dat vinden? Hoewel ik dit keer niet met lood in mijn schoenen richting de ingang loop, verdwijnt het gevoel ook niet volledig.

We lopen door richting de afdeling gynaecologie en kindergeneeskunde en mogen plaatsnemen in de wachtkamer. ‘De arts komt zo,’ vertelt de vrouw achter de balie. Tot de kleinste spiertjes aan toe voel ik me gespannen. Mijn hart klopt sneller dan normaal, zie ik op mijn fitbit. Verderop hoor ik een klein jongetje murmelen en ik voel me verdrietig. Niet vanwege de confrontatie met het gemis van Nova trouwens, maar puur omdat ik opzie tegen het gesprek.

Een nieuwe oorzaak?

We herkennen de gynaecoloog van Rose’ geboorte. Bij Nova hebben we hem niet gezien, dus dat maakt het gesprek iets onwenniger. Terwijl we plaatsnemen op de plastic kuipstoeltjes, neemt hij het dossier kort door. Ik zucht zachtjes en glimlach als hij vraagt hoe het gaat. ‘Ja, wel redelijk, onder de omstandigheden,’ antwoord ik naar waarheid. De kinderen doen het best prima, wij functioneren en er is ruimte voor verdriet én blijdschap bij ons thuis.

Dan gaan we door naar de uitslagen en inhoudelijker op de situatie in. ‘Ik zie dat u antistoffen in uw bloed hebt?’ Ik knik. Hij kijkt ons aan en vertelt dat die stoffen de mogelijke oorzaak zijn van Nova’s overlijden. ‘We kunnen helaas niet achterhalen wat haar bloedgroep is, omdat u niet heeft gekozen voor obductie na de geboorte, maar dit zou de reden kunnen zijn. Als u hier meer over wil weten, kan ik u doorverwijzen naar een collega.’

De rest van het gesprek draai ik af op de automatische piloot. Ik ben in verwarring. Als hij vraagt of we nog vragen hebben, schud ik mijn hoofd. Ik moet hier eerst zelf vat op krijgen, voor ik weet wat ik hiermee aan moet. Of kan. Hoe dan? Waarom wisten we dit niet eerder?

Ik breek in duizend stukjes

Rond 16.00 uur rijden we de parkeerplaats bij de McDonald’s op, net als twee maanden geleden. Dit keer echter compleet in de war. Ik blijf maar tegen Ro herhalen dat ik het gewoon niet snap. En dan breek ik. Genadeloos, in duizend stukjes. ‘Ik heb hier expliciet naar gevraagd. En uit mijn eerste test kwam bovendien dat ik helemaal geen antistoffen had. Hoe kan dit nou? Als het echt de oorzaak is, dan is het allemaal mijn schuld. Dan is Nova helemáál voor niets overleden…’

Ik weet namelijk nog dat ik heel bang was tijdens mijn zwangerschap, ergens rond week achttien. De bloedafname was net achter de rug, maar ik kreeg een soort voorgevoel: wat als het niet goed is? Ik besloot het na te vragen bij een vriendin die er meer over weet, zocht zelf van alles op internet en vroeg het na bij de verloskundige. Aan alle kanten leek het geen gevaar te vormen. Daarom komt dit gewoon zo onverwachts uit de lucht vallen!

De tranen rollen over mijn wangen terwijl Ro mijn hand vasthoudt en op zijn lip bijt. ‘Het is niet jouw schuld,’ herhaalt hij een paar keer. Toch voelt het niet zo. Mijn keel voelt dik, mijn ogen raken opgezwollen en mijn stem klinkt schor als ik voorstel maar door de McDrive te gaan. Ik heb helemaal geen trek en het lost niks op, maar hier blijven huilen ook niet.

Meer dan ooit wil ik eigenlijk maar een ding en dat is teruggaan in de tijd. Kon ik nog maar één keer haar schopjes voelen. Of beter nog, kon ik nog maar één keer mijn bloed laten controleren toen het nog niet te laat was…

(wordt vervolgd)

Schrijf je in voor onze wekelijkse update en mis nooit meer een artikel! Je vindt het formulier rechts (desktop) of onderaan deze pagina (mobiel).
En volg je De Mamagids al op Instagram?

Afbeelding, Pra Chid – Shutterstock

Ook leuk om te lezen

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

© De Mamagids