Press "Enter" to skip to content

Lezing Dit is autisme over ASS | Geef me de vijf

Sophie bezocht afgelopen 29 november 2017 de lezing ‘Dit is autisme’ door Colette de Bruin (gedragsdeskundige autisme) en neuropsychologe Fabiënne Naber. Om leerlingen met een Autisme Spectrum Stoornis (ASS) beter te kunnen begrijpen, is het vooral belangrijk te weten hoe deze kinderen reageren op bepaalde situaties en hoe hun hersenen daarbij werken. 

De lezing ‘Dit is autisme’

Als leerkracht kom ik regelmatig kinderen tegen met een Autisme Spectrum Stoornis. Ik vind het heel belangrijk om ze op de juiste manier te kunnen begeleiden en wilde ze graag beter begrijpen. Daarom bezocht ik de interessante lezing. En ik was niet alleen: de zaal was uitverkocht. Samen met zo’n 500 anderen (met name ouders, leerkrachten, verpleegkundigen en MBO/HBO studenten) luisterden we naar Colette de Bruin en Fabiënne Naber die vanuit hun werkveld o.a. vertelden hoe de hersenen werken van iemand met autisme, maar ook hoe je daar als buitenstaander het best mee kan omgaan.

Publicatie van het nieuwe boek Dit is autisme

In samenwerking schreven Colette en Fabiënne het boek ‘Dit is Autisme’. Het sluit volledig aan op deze gelijknamige lezing. In hun boek gaan ze dieper in op de materie. Daarnaast blikken ze ook terug op Colettes vorige boek, waarin wordt gewerkt met het concept ‘Geef me de 5‘.

Wat houdt ‘Geef me de 5’ in?

Voor ik verder inga op ‘Dit is Autisme’, leg ik eerst even uit hoe ‘Geef me de 5’ werkt.

‘Geef me de 5’ bestaat uit puzzelstukjes die elk een andere kleur hebben en een bijbehorend woord:

  • Hoe
  • Wie
  • Wat
  • Wanneer
  • Waar

Iemand met de diagnose Autisme Spectrum Stoornis (in jargon ook wel CASS genoemd) vindt het soms lastig om een situatie te kunnen uitleggen. Met behulp van deze puzzelstukjes krijgen ze handvatten die dat iets makkelijker maken. Ter illustratie kregen we een filmpje te zien waarin een jongen deze methode hanteerde. Op die manier werd het voor hem makkelijker uit te leggen waar hij ging chillen, met wiewanneerhoe en wat ze gingen doen.

Hoe werken je hersenen? En wat gebeurt er bij iemand die autisme heeft?

Informatieverwerking

De mens verwerkt informatie gefragmenteerd. Bij de meeste mensen gaat alles via een ‘snelweg’ naar de hersenen. Bij iemand met autisme verloopt dit echter in eerste instantie via een zandweg die uitmondt in een snelweg. Het duurt dus langer. En zodra er een detail niet klopt, belandt alle informatie weer terug op die zandweg.

Om dit beter te kunnen begrijpen, moesten we de personen naast ons een hand geven. Aan de linkerkant werd een zacht kneepje gegeven en de bedoeling was dat we dat signaal doorgaven naar rechts. Vervolgens moesten we degene voor ons, naast ons, achter, ons, wie dan ook een hand geven. En opnieuw was het de bedoeling een signaal door te geven vanaf links, maar zoals je begrijpt was het onmogelijk geworden dit uiteindelijk rechts te laten eindigen. Deze wirwar stond symbool voor de zandweg. Door iemand met een Autisme Spectrum Stoornis te leren hoe zijn hersenen werken, kan hij hier beter mee leren omgaan.

STS (Superieure Temporale Sulcus)

Je ‘STS’ geeft sociale informatie af in de hersenen. Dat wil zeggen dat wanneer iemand anders praat, je normaliter kan horen of deze persoon boos, verdrietig of juist blij is. Intonatie, houding en expressie hebben namelijk grote invloed op hoe wij informatie registreren. Denk maar aan een schreeuwende ouder, de moeder die op hoge toon tegen een baby kletst of jubelende tieners die hun idool zien. Je weet waarom ze dat doen.

Iemand met autisme kan deze verschillen niet goed herkennen: voor hem is alles hetzelfde. Daarom is het in de communicatie heel belangrijk dat je feitelijke informatie geeft. Hij kan namelijk pas een opdracht uitvoeren wanneer hij het hele plaatje heeft. En dus is het belangrijk alles op dezelfde manier te vertellen.

Een aantal voorbeelden uit de praktijk

  • ongen 1 keek naar een foto met zijn gezin. Op de achtergrond stond een kerstboom met kransjes en hij droeg zijn lievelingsshirt. Het was dat zijn moeder op het gezin wees, maar eigenlijk gaf hij aan dat niet direct te hebben gezien.
  • Jongen 2 was aan het tutorlezen in de klas. Op een gegeven moment wist hij niet meer waar hij was gebleven met lezen. Zijn maatje zwaaide voor zijn gezicht, maar dit zag hij niet.

Lees hier het verhaal van MC Kleuver, die zelf autisme heeft en uitlegt hoe dat voor hem voelt

Hoe pas je ‘auti-communicatie’ toe?

Feitelijke instructies

Zoals hierboven al benoemd, is het geven van feitelijke instructies erg belangrijk voor iemand met autisme. ‘Jij doet …. niet, want …’ of ‘omdat …’ Het is belangrijk om het antwoord ook aan je die vraag te koppelen. Een open vraag brengt namelijk chaos in het hoofd. Verder is het belangrijk om je bedoelingen visueel te maken met behulp van pictogrammen of voorwerpen. Het is natuurlijk per persoon afhankelijk welke deelstappen je moet maken, want geen mens is hetzelfde en dat geldt ook voor iemand met een Autisme Spectrum Stoornis.

Verkeerde koppeling

Informatie die tegelijkertijd binnenkomt, kan in de hersenen een foute koppeling maken. We kregen een filmpje te zien waarin een meisje niet naar buiten mocht van de leiding. Ze ging toch. Eenmaal buiten kwamen er bijen op haar af. Haar reactie daarop: ‘De leiding heeft bijen op mij afgestuurd, omdat ik niet naar buiten mocht.’ De hersenen maken dan een verkeerde koppeling omdat ze de verschillende feiten niet goed verwerken.

Ondergevoelig reageren

Alle informatie die wij als mens opnemen met onze zintuigen komt normaliter binnen in de ‘insula’. Vanuit de insula wordt het gevoel doorgestuurd naar de ‘thalamus’ en deze geeft weer signalen door naar het onbewuste. Bij iemand die ondergevoelig reageert, geeft de insula de signalen niet door aan de thalamus. Zo kan iemand met autisme kippenvel hebben zonder de kou te voelen. Of niet doorhebben dat zijn broek nat is. Dus de informatie is er, alleen komt deze op de verkeerde plek in de hersenen terecht.

Hoe kan je helpen?

GROT

Wanneer je iemand met autisme wil helpen, is het belangrijk dat je

  • Generaliseert
  • Relativeert
  • een Oplossende Taak geeft (of een sleutelzin)

om hun problemen volgende keer te kunnen oplossen.

Je kan dit zien als een puzzel: wanneer één puzzelstukje ontbreekt of kwijt is, kan iemand met autisme de juiste koppeling of verbinding niet langer maken. Je kan een reactie dus beïnvloeden door alle stukjes aan elkaar te koppelen.

In de praktijk kan je dit toepassen door met feiten te ‘ondertitelen’ en het referentiekader te vergroten. Zo zagen we een filmpje van een meisje. Ze kreeg de vraag: ‘Hou je van opa?’ Ze bleef stil. Na lang denken antwoordde ze: ‘Nee, want hij is geen familie.’ Hieruit blijkt haar eigen referentiekader: opa was voor haar geen familie. Door je vraag te ondertitelen met feiten, groeit het referentiekader en zal ze volgende keer anders reageren.

Leer de ander door en door kennen

Als eerder gezegd is het belangrijk om te ontdekken hoe iemands hersengang werkt. Dat kan bij iedereen anders zijn, dus je moet iemand echt leren lezen en bepaalde gedragingen leren signaleren. Dat doe je door goed te kijken en luisteren. Let alleen wel op overprikkeling: wanneer meer informatie binnenkomt dan verwerkt kan worden, kan dat overprikkeling veroorzaken. Mensen met autisme kunnen zich hier niet altijd voor afsluiten.

Vergelijk het maar met jezelf. Als je de huissleutel kwijt bent, kan je dat niet helemaal los laten. Zo kan je op een dag gemiddeld vijf van dit soort vraagstukken vasthouden in je hersenen. Maar bij iemand met autisme zijn dit er slechts 2-3. Hij raakt dus veel sneller overprikkeld en dan sluit de thalamus zich af (waarmee hij signalen kan doorgeven aan het onderbewuste).

De oplossing?

De oplossing is dan niet om boos te worden. In tegendeel: creëer rust en verander het referentiekader benoem en erken dat hij dit niet expres doet. Zeg bijvoorbeeld: ‘Dat was balen, dit wil je zelf ook niet,’ om zijn zelfvertrouwen te stimuleren. Om de overprikkeling te voorkomen, kan je in de toekomst gebruik maken van een ‘als… dan…’-formulering. Zo leer je de ander meteen ook hoe hij anders kan omgaan met een soortgelijke situatie wanneer deze zich voordoet.

Conclusie over de lezing ‘Dit is autisme’

Autisme is, in andere woorden, een storing in het verwerken van informatie. Het is belangrijk dat de manier waarop je iemand met autisme wil helpen, is gericht óp de werking van het brein en een verandering ín het brein. 

Geef me de 5 geeft meer duidelijkheid, een betere ontwikkeling, zorgt voor minder schade en minder stress. En laatste is vooral erg belangrijk voor het ontwikkelen van een sociaal netwerk (de omgang met anderen). Dit wordt namelijk pas op 4-jarige leeftijd ontwikkeld; bij stress functioneert dit netwerk niet. In het onderwijs is het dus zeker ook belangrijk om hiermee te leren werken en deze kinderen de begeleiding te geven waarmee ze kunnen uitgroeien tot een (nog) betere versie van zichzelf.

Heb jij misschien zelf iemand met autisme in je omgeving? En als je lesgeeft: hoe ga jij hiermee om binnen de klas?

Schrijf je in voor onze wekelijkse update en mis nooit meer een artikel! Je vindt het formulier rechts (desktop) of onderaan deze pagina (mobiel).
En volg je De Mamagids al op Instagram?

Dit artikel bevat een of meerdere affiliate links. Van elke aankoop die je doet via deze link(s) krijgen wij een klein percentage. Jij betaalt hiervoor uiteraard niets extra’s, maar je helpt ons een klein handje. Daarbij gaat 10% van onze netto inkomsten naar een goed doel. Mocht je dus een aankoop doen, dan willen we je hierbij heel graag bedanken!

Afbeelding – Shutterstock

Ook leuk om te lezen

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

© De Mamagids