Druk op "Enter" om naar de inhoud te gaan

Een kitten? Ik dacht: dat doen we wel even!

Het is 02.34 uur, woensdagnacht. Sinds afgelopen maandag hebben we een nieuw huisgenootje: Romeo, onze kitten. Hij is de reden dat ik tobbend wakker lig, klaarwakker ondanks dit godsonmogelijke tijdstip. Waar zijn we in vredesnaam aan begonnen?

Vroeger groeide ik op met een kat, hij was een maandje jonger dan ik en lag bij me in de box. Volgens mij had ik in mijn leven ook nooit eerder zo hard gehuild dan toen hij overleed, simpelweg omdat hij er altijd was. Brummel, vernoemd naar de Britse dandy Beau Brummell – die overigens een iets minder fortuinlijk leven leed dan onze kat – was echt een lieverd. Ik weet dat er katten zijn die onverwachts in je kin bijten (echt gebeurd), in je haar gaan hangen (ook echt gebeurd) of door de huiskamer racen als een op hol geslagen paard, maar dat deed hij eigenlijk nooit. Hij waarschuwde me hoogstens met zijn pootje, maar gebruikte geen nageltjes.

Met onze heilige kat, zoals Ro hem weleens lachend heeft genoemd, in gedachten, zag ik het leven met een kitten heel romantisch voor me. Lekker op schoot zitten, spinnen, zachtjes die nageltjes in je bovenbeen ten teken dat hij heerlijk geniet en veel spelen. Die meiden konden opgroeien met een huisdier, leren zorgen en hem alle aandacht geven van de wereld. En even, hoe leuk ook voor Sean om op te groeien met een vriendje – net als ik in mijn eigen jeugd had gedaan? Om die reden gingen we voor een Britse korthaar: dat is een lief ras met een rustig karakter. Hij komt uit een warm nest, is goed gesocialiseerd en gewend aan kinderen. Maar waarom lag ik dan toch wakker van de hele situatie?

De tweede avond dat Romeo bij ons was, schoot hij met een noodgang door de kamer. Vol in zijn spel, omdat we zijn muisjes steeds weggooiden. Ergens veranderde er echter iets: hij klauwde in de bank, zijn oren schoven naar achter en vervaarlijk zwiepte zijn staart heen en weer. Vervolgens nam hij een sluiphouding aan en keek of hij me ieder moment in mijn gezicht kon springen. Eerlijk gezegd werd ik er een beetje bang van. Ik beschrijf hem nu alsof hij uit Cats from Hell was weggelopen misschien, maar ik voelde oud zeer opkomen geloof ik. Iedere kat die me ooit heeft gebeten vanuit het niets, in mijn haar hing of als een maniak door de kamer racete, maakte dat ik me hierdoor niet meer fijn voelde in mijn eigen huis.

Nadat Sean wakker werd rond een uur of 2 en zijn fles op had, kon ik de slaap niet meer vatten. Waar waren we in vredesnaam aan begonnen? Mijn leven lag overhoop, plots hadden we twee baby’s in huis en eentje daarvan gedroeg zich ook nog eens compleet onverwachts. Tegelijkertijd had ik ook enorm met Romeo zelf te doen: het arme beestje was terechtgekomen in een huis waarvan het baasje kennelijk totaal geen idee had hoe je moet omgaan met kittens. Er zat dus maar één ding op: alle informatie zoeken die je maar kunt vinden over kittens en verder zwelgen in zelfmedelijden, vanwege mijn verloren nacht.

Van fora waar de betweters van deze wereld claimden dat een solitaire kitten ontzettend zielig is en je dus minimaal nog een poezenvriendje moest zoeken tot commerciële webshops met een blog waar je werd overtuigd van feromonenstekkers, ik zag ze allemaal voorbij komen. Tegelijkertijd kwam ik toch best veel te weten. Dat een jonge kitten moet wennen, voldoende speeltijd dient te krijgen met zijn baasje en dat je hem echt moet opvoeden. Ondanks dat ik nu zelf ineens die persoon was waar ik altijd een hekel aan had (‘je koopt toch geen dier zonder dat je weet waar je aan begint’) en stikte van de onzekerheid, begon ik opnieuw aan het avontuur – mét enige kennis.

Ik besteedde een hele dag aan het observeren van Romeo, belde de dierenarts voor een kennismakingsgesprek en stelde hen meteen een vraag, ontdekte dat hij agressief werd van zijn eigen spiegelbeeld in onze glimmende televisiekast, speelde drie keer een halfuur heel uitgebreid met hem om hem goed moe te maken, beloonde goed gedrag met kattensnoepjes en oefende met de commando’s ‘nee’ en ‘af’. Hij heeft de halve dag heerlijk in mijn armen gelegen en op schoot, maar ook likte hij mijn gezicht. En hoewel ik dat bij anderen (oké vaak vooral bij honden) echt heel smerig vind, weet ik dat het voor hem een teken van genegenheid is. Hij accepteert me als zijn vriendje.

En ergens tussen de complete wanhoop, de halve jankbuien en de oververmoeidheid omdat ik dus niet meer had geslapen sinds 02.00 uur ’s nachts, gebeurde er iets. Een soort *ping*. De huivering, onzekerheid en mijn ietwat angstige houding maakten plaats voor liefde. Ik besefte dat je ook aan een huisdier gewoon moet wennen, zeker als je al in 23 jaar tijd niet verder kwam dan twee goudvissen (die van de kinderen zijn). Net zo goed als hij aan mij. Ik zal hem moeten leren lezen, net als hij mij, en hem moeten corrigeren zoals een andere kat zou doen.

In dat opzicht verschilt dit dus eigenlijk niet zo van een kind. Je moet de handleiding leren lezen, het karakter leren kennen en daarop inspelen. Zodra je dat eenmaal een beetje door hebt en de code kraakt, valt het allemaal wel weer mee. Enige dat nu nog rest is de kinderen bijbrengen hoe het werkt… Die luisteren namelijk nóg slechter dan onze kitten 😉

Schrijf je in voor onze wekelijkse update en mis nooit meer een artikel! Je vindt het formulier rechts (desktop) of onderaan deze pagina (mobiel). En volg je De Mamagids al op Instagram?

Reageer je onder dit artikel? Weet dan dat we je mailadres nooit zullen gebruiken om nieuwsbrieven of andersoortige mails te versturen. Dat doen we alleen als je je aanmeldt voor de wekelijkse update – met jouw toestemming dus.

©murat kaplan – Shutterstock

Ook leuk om te lezen

Wees de eerste om reactie te geven

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

© De Mamagids