Hebben opvoedboeken daadwerkelijk nut?

Sinds ik begon met bloggen, in 2014, las ik steeds vaker opvoedboeken. Inmiddels staat de teller op zo’n twintig à dertig – allemaal met een eigen invalshoek. Maar hoeveel nut heeft het nu om zoveel opvoedboeken te lezen? Haal je er daadwerkelijk iets uit? Of is de theorie mooier dan de praktijk? Aan de hand van verschillende opvoedboeken neem ik je mee in mijn zoektocht naar (en de haalbaarheid van) de ultieme opvoeding.

Waarom lees je opvoedboeken?

Geen kind is hetzelfde, geen opvoeding is daarom ook hetzelfde. Het is één van de belangrijkste lessen die ik leerde over ouderschap, dus daarom is het misschien wel een legitieme vraag waarom ik dan wel al die opvoedboeken lees.

De reden is echter best simpel. Uit elk boek haal je nieuwe kennis en bovendien veranker je de opgedane kennis uit eerdere boeken door herhaling. Steeds vanuit een andere invalshoek en uiteindelijk beklijft dan de belangrijkste boodschap. In het geval van opvoedboeken is dat vooral, volgens mij, dat je kinderen niet moet verstikken met allerlei regels, hen het beste kan betrekken bij het dagelijks leven (en ze zo klaarstoomt voor het volwassen leven) én duidelijk moet zijn. Zonder schreeuwen het liefst.

Wat leer je uit opvoedboeken?

Een van de belangrijkste voordelen van opvoedboeken is dat ze je een kleine reminder of een open visie geven van hoe het ook zou kunnen. Je krijgt soms een praktische handleiding voor hoe je een specifieke situatie kunt oplossen, maar, misschien nog belangrijker, inzicht in de gevoelens die onder bepaald gedrag liggen. En soms houden ze ook een enorme spiegel voor: als je zelf weinig zelfbeheersing hebt, kan je van je kinderen niet verwachten dat ze stoppen met schreeuwen uit boosheid.

Mijn grote favoriet is overigens Jagen, verzamelen, opvoeden – een boek dat ik regelmatig aanhaal in artikelen over de opvoeding. Dat heeft er alles mee te maken dat ik zelf behoefte had aan een versimpeling in zowel de opvoeding als ons leven. Ik merkte dat de hele ratrace van alles maar willen hebben en alles willen (blijven) doen me begon op te breken. Juist het simpele, zoals je kind laten meehelpen in het huishouden, biedt per saldo veel meer rust en tijd voor andere zaken.

Voorbeeld uit de praktijk
Sean was een heel makkelijke baby, bleef relatief lang kruipen (al geloof ik dat het naar jongensnormen meevalt) en eigenlijk was hij ook best makkelijk te vermaken. Maar toen ging hij in een paar maanden staan, lopen en bood zijn speelgoed hem weinig plezier meer. Ik moest er echt continu bij gaan zitten om te zorgen dat hij enthousiast bleef. Iets waar ik eerlijk gezegd ook niet altijd zin in had (of tijd voor). Tegenwoordig gebruiken we die tijd om bijvoorbeeld samen te gaan stofzuigen of de vaatwasser uit te ruimen. Hij vindt het prachtig, ik heb het liefste hulpje van de wereld en hij leert meteen zorgdragen voor zijn omgeving. Win-win-win. Daardoor kan ik tijdens zijn middagdutje zelf ook even rust nemen.

Wat ik minder vind van (sommige) opvoedboeken?

Bepaalde boeken zijn belerend geschreven. Dat werkt de lezer alleen maar tegen je in het harnas, geloof ik: we doen allemaal ons best en maken allemaal fouten. Het laatste dat je als schrijver volgens mij wil, is je lezer ontmoedigen of onzeker maken. Dit zie je overigens voornamelijk in oudere opvoedboeken; veel titels zijn tegenwoordig geschreven met zelfspot en vanuit het standpunt dat we in de kern altijd het beste voor hebben met onze kinderen – ongeacht de keuzes die je maakt in je opvoeding.

Iets anders dat ik soms minder prettig vind, zijn de ouderwetse standpunten of veel gegeven adviezen die toch als nieuw gepresenteerd worden. De schrijver of schrijfster doet of hij het ei van Columbus in handen heeft, terwijl de ideeën verder weinig vernieuwend zijn.

Tot slot vind ik niet alle methodes even praktisch werkbaar. Zoals How2Talk2Kids, ondanks dat het één van mijn favoriete opvoedboeken is. Je leest de voorbeelden en de uitleg, waarna je je heilig voorneemt nooit meer te schreeuwen en altijd goed te kijken naar het onderliggende euvel. Maar binnen drie seconden sta je toch weer tegenover je kind, ongenuanceerd briesend dat hij verdorie zijn handen uit het haar van zijn zusje moet halen. EN WEL NU (anders pak ik de PlayStation/je telefoon/… af!)

Het voordeel voor mijn kinderen

Hoe meer ik lees, hoe meer ik leer en hoe beter ik kan inspelen op het hele opvoedproces. Waar ik voorheen altijd dacht vanuit het principe dat ik de kinderen bepaalde dingen verbood of juist stimuleerde omdat ík dat logisch vond, veranderde die visie gaandeweg.

Tegenwoordig is mijn uitgangspunt niet meer dat ik brave kinderen wil die mijn opdrachten volgen ‘omdat ik het zeg’, maar dat ze leren hoe het leven werkt en daarin zelf de keuzes maken die verstandig zijn. Natuurlijk gaat het in de praktijk lang niet altijd soepel, maar de basis is wel beter dan voorheen. Zo hebben we hier drie soorten regels:

  • Veiligheidsregels (uitkijken voor je oversteekt, niet met onbekenden meegaan, geen naaktfoto’s sturen via welke app dan ook)
  • Gezondheidsregels (elke dag fruit eten, minimaal één sport beoefenen en regelmatig buitenspelen)
  • Fatsoensnormen (niet smekken aan tafel of eten met open mond, gastvrijheid, bedanken als iemand je iets geeft)

Alles dat daarbuiten valt is minder belangrijk en dus soms hun eigen verantwoordelijkheid. Zo hoeven ze hier geen jas aan als ze het zelf niet koud hebben – ik wil dat ze leren vertrouwen op hun eigen gevoel. Ook mogen ze dingen weigeren wanneer ze intuïtief voelen dat iets niet helemaal lekker zit en hoeft hun bord niet leeg.

Die duidelijkheid doet hen goed, maar mij ook. Door te bedenken of iets binnen de veiligheid, gezondheid of fatsoen valt, kom ik vaak tot de conclusie dat de ‘NEE!’ die ik meteen wilde roepen vaak onnodig is. Zij voelen zich minder beklemd, ik voel me minder een politieagent.

Dus: opvoedboeken, doen of niet?

Ik zeg altijd doen. Niet alleen omdat het je soms compleet nieuwe inzichten geeft die je echt verder helpen, ook omdat het je weer even bij de les houdt. Je kind is er niet om jou te pesten met zijn driftbuien, hij kan zijn emoties gewoon nog niet reguleren. Aan jou om hem de ruimte te bieden zich te uiten en ermee te leren omgaan. En wellicht ook aan jou om zelf met je eigen emotieregulatie aan de slag te gaan – mij hielp het in elk geval ook op persoonlijk vlak 😉

Wel moet ik af en toe weer even herlezen en mezelf verdiepen in bepaalde opvoedkundige lessen, omdat ik merk dat de kennis in de loop van de tijd wat wegzakt. Of er komt een nieuwe fase voorbij waarin je dus ook andere tips nodig hebt. Maar goed, gelukkig zijn er meer dan genoeg boeken die je kunnen helpen en is er altijd wel iets dat bij je past.

Lees jij regelmatig opvoedkundige boeken? Wat haal jij eruit, maakt het jou een betere ouder? Of heb je het idee dat jij het niet zo nodig hebt? Laat het weten in de reacties! En heb je nog goede tips? Laat het boek hieronder dan zeker ook achter!

Schrijf je in voor onze wekelijkse update en mis nooit meer een artikel! Je vindt het formulier rechts (desktop) of onderaan deze pagina (mobiel). En volg je Merel of De Mamagids al op Instagram?

Reageer je onder dit artikel? Weet dan dat we je mailadres nooit zullen gebruiken, ook niet om ongevraagde nieuwsbrieven of andersoortige mails te versturen. Dat doen we alleen als je je aanmeldt voor de wekelijkse update – met jouw toestemming dus.

©PV Productions – Shutterstock

Merel

Pedagoog in opleiding Merel (40) is alleenstaande moeder van vijf (Nova* 2020). Dol op zoetigheid en daardoor eeuwig aan de lijn, verdwaalt nog in haar eigen achtertuin en doet op haar eigen manier pogingen de wereld iets mooier te maken. In 2013 studeerde deze historica af op het onderwerp "Pedagogische boeken in de 17e en 18e eeuw". Dat vond ze zo leuk dat ze daarna zelf is gaan bloggen over de opvoeding. Haar leven? Chaos met een gouden randje!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Terug naar boven