Bestaat het geboortevolgorde-effect? Of is het onzin?

De positie die je inneemt binnen een gezin (oudste, middelste of jongste kind) zou corresponderen met bepaalde karaktertrekken. Dit noem je ook wel het geboortevolgorde-effect. De vraag is natuurlijk: bestaat zoiets echt? Of is het absolute onzin? Ik besloot, nadat ik hier een leuk gesprek over had, eens op onderzoek uit te gaan. De conclusie vond ik best verrassend!

Een eerste kind is altijd verantwoordelijk

Voor de geboorte van mijn tweede dochter vroeg ik me weleens af of ik net zoveel van haar zou kunnen houden als van mijn eerste. Of ze misschien op elkaar zouden lijken… Nu, hun karakters overlappen, maar hun gedrag had niet meer kunnen verschillen. Ik ben niet de enige die deze conclusie trekt. Meer ouders herkennen dat hun eerste kind verstandiger gedrag vertoond, zich niet vol bravoure (en bijna blind voor de gevolgen) in het diepe stort. Waar komt dat toch precies door?

Positie in het gezin en het karakter van je kind

Zegt je geboortepositie iets over je karakter?

Ik neem je even mee naar begin vorige eeuw, toen de Oostenrijkse psychiater Alfred Adler beweerde dat er zoiets bestaat als het ‘geboortevolgorde-effect’. Het idee is dat het oudste kind veel aandacht krijgt van zijn ouders en meer verantwoordelijkheden. De middelste kinderen proberen de oudste te ‘onttronen’ en dulden geen leiderschap. Bovendien zijn ze meer geneigd dan de andere kinderen om een brug te bouwen en samen te werken. En dan de jongsten: verwend, lui, afhankelijk.

Dat zijn nogal wat aannames. In de loop van de jaren is er natuurlijk veel psychologisch onderzoek gedaan naar de waarheid achter deze theorieën over de geboortevolgorde. Klopt het inderdaad dat je geboortepositie iets zegt over je karakter? Uiteindelijk blijkt uit een belangrijk wetenschappelijk onderzoek uit 2015 dat bepaalde karaktertrekken weliswaar overeenkomen, maar in de praktijk is dat verwaarloosbaar. Dit werd bevestigd door een tweede onderzoek, datzelfde jaar.

In dit artikel van Psychologie Magazine lees je niet alleen meer over beide onderzoeken, ook is de schrijfster het eens met de conclusies uit deze onderzoeken.

Mijn persoonlijke ervaring met karaktertrekken en geboortevolgorde

We hebben vier kinderen, op het moment van schrijven tussen de 2 en 17 jaar oud. Hoewel de wetenschap geen relatie ziet tussen de geboortepositie, merk ik die zelf eigenlijk wel. Zeker als het gaat om de oudste drie dames.

Onze oudste dochter heeft bijvoorbeeld een groot verantwoordelijkheidsgevoel, is bedachtzamer en staat stevig in haar schoenen. Hoewel ik hoop dat ze de komende jaren nog bij ons woont, weet ik dat ze zich zou redden wanneer ze nu al op zichzelf zou gaan wonen. Ze zou ook een goede leidinggevende zijn. Een typisch oudste kind, zou ik zeggen.

Dan onze middelste rauwdouwer. Zij kende vanaf jonge leeftijd al weinig angst. Ze is een echte bruggenbouwer, vindt het liefst de harmonie in de situatie en staat op de barricades wanneer ze onrecht ziet. Zoals laatst, toen haar nieuwe vriendinnetje één van haar oude pestkoppen zag. Ze is eropaf gelopen en heeft haar gezegd dat het pesten helemaal nergens op sloeg.

Onze derde dochter heeft inmiddels een nieuwe positie, als grotere zus, maar was lange tijd de jongste. En zo gedroeg (en gedraagt) ze zich ook. Ze vindt het heerlijk als anderen voor haar zorgen, wendt een soort charmante hulpeloosheid voor die ze eigenlijk helemaal niet nodig heeft.

En dan is er nog ons lieve zoontje van twee. Hij weerlegt de theorie dat de jongste lui en verwend is – hoewel ik dat laatste niet helemaal wil tegenspreken, met drie zorgzame zussen om hem heen. Misschien is hij later wel een creatieve losbol, maar het kan eigenlijk nog alle kanten op. Uiteindelijk moeten we niet vergeten dat we dertien maanden voor zijn geboorte een dochtertje verloren. Onbewust heeft dat ook impact op je ouderschap. Ik merk aan ons allebei dat we het extra goed willen doen – mogelijk zelfs perfect. Ook hebben we alle tijd om ons met hem te bemoeien. Daardoor is er best een kans dat hij qua karakter dus meer op zijn oudste zus gaat lijken.

De verklaring van de relatie tussen geboortepositie en gedrag bij ons thuis?

Hoewel ik best geloof dat er inderdaad geen wetenschappelijke relatie te vinden is tussen je geboortepositie en je karakter, kan ik ook wel verklaren waarom het hier thuis wél lijkt te kloppen.

Dat heeft niet zozeer met de aard van de kinderen te maken, maar met onze invulling van het ouderschap. Bij je eerste is alles nieuw: je bent zoekend, zit overal bovenop en maakt alles voor een eerste keer mee. Andere kinderen zijn er nog niet, dus je kunt alle aandacht op je oudste kind richten. Ook op financieel vlak sta je er anders voor: je bent jonger en bepaalde promoties zijn waarschijnlijk toekomstmuziek.

Een tweede kind komt met vervolgens een belofte: je weet een beetje wat ouderschap inhoudt en bij hem of haar kan je de fouten van de eerste keer gladstrijken. Ook is enige competitiedrang tussen de eerste twee kinderen niet gek. De middelste wil precies wat de oudste heeft; de oudste vindt het oneerlijk dat de ander van alles mag wat hij of zij niet mocht op die leeftijd.

En bij de jongste(n) kan je je niet overal meer druk om maken – simpelweg omdat je die energie niet hebt. Dat geldt bij ons in elk geval voor onze derde dochter. Ik had in die tijd twee jonge kinderen van nagenoeg dezelfde leeftijd en een beroerde conditie. Daardoor neem je sneller dingen uit handen, waardoor de noodzaak tot zelfstandigheid minder groot is. Bij Sean is die ruimte om hem op te voeden er wel weer, waardoor zijn gedrag anders is.

Het financiële plaatje speelt ook mee. Bij mijn oudste dochter leefden we soms van een minimaal budget. Nu kunnen we wél pampers kopen, boodschappen bestellen en ons, wanneer we daar zin in hebben, luxere uitstapjes veroorloven. Dat doet natuurlijk ook iets met het wereldbeeld van onze jongste kinderen. Zij zijn meer gewend aan financiële ruimte en reizen, waar de oudste veel meer waardeert wat ze krijgt.

Volgens mijn pseudo-psychologische analyse zegt de geboortepositie weliswaar weinig over je karakter zelf, maar de positie waarop ouders in het leven staan lijkt me redelijk bepalend. Ook heb je meer kennis over opvoeden, waardoor je er beter in bent (als het goed is) en schieten oudere broers en zussen nog weleens te hulp. Dit heeft allemaal invloed op het gedrag en het welbevinden van jongste kinderen – en dus de ruimte om zich gaandeweg een verkeerde keus, of drie, te kunnen veroorloven.

Welke karaktertrekken horen er bij welke geboortepositie?

Ja, onderstaande is gechargeerd en er zijn genoeg uitzonderingen op de regel. Maar ik vond het toch leuk om alsnog de belangrijkste karaktertrekjes op een rij te zetten – ik ben benieuwd of jij ze herkent van jouw kinderen of dat je inderdaad, net als de wetenschap, moet concluderen dat het niet klopt. Laat je het weten in de reacties?

Typisch voor het eerste kind

Wanneer je de eerste bent, is er in elk geval voor een bepaalde periode niemand anders dan jij in het gezin. Dat leidt ertoe dat je alle aandacht krijgt van je ouders. Denk maar aan de volle fotoalbums (of het feit dat je er überhaupt eentje hebt). Bij jou moeten je ouders het pedagogische wiel bovendien nog uitvinden. Wat werkt? Wat absoluut niet? Daardoor zijn ze vaak strenger en soms wellicht wat onbeholpen in de uitvoering.

Bij gebrek aan andere kinderen om mee te spelen, zie je verder vaak dat oudste kinderen zich spiegelen aan hun ouders en andere volwassenen, waardoor ze dus eigenlijk minder speels en avontuurlijk zijn dan de kinderen die volgen.

  • Verantwoordelijk
  • Georganiseerd
  • Je houdt je aan de regels
  • Gedragen zich regelmatig als een ’tweede ouder’
  • Meer gericht op volwassenen, serieuzer gedrag
  • Taalontwikkeling is beter
  • Dominant

Middelste kinderen zijn echt zó sociaal

Een tweede kindje komt, als zogenaamd sandwichkind, in een gespreid bedje. De verruiming van de regels heeft de oudste al op zich genomen, ze hebben iemand om mee te spelen (of te leren ruziën) en voelen zich minder verantwoordelijk om hun ouders gelukkig te maken. Daarentegen moeten ze wel opboksen tegen de oudste, omdat die er al was.

Heeft het zijn van de middelste alleen maar voordelen? Nee, dat niet. Zo vorm je als tweede kind een ‘brug’ tussen de oudste en jongste. Dat betekent ook dat je je vaker aanpast aan de anderen en de harmonie opzoekt, waardoor je soms je eigen grenzen negeert. En daar kan je op latere leeftijd natuurlijk best wel last van hebben.

  • Sociaal
  • Flexibel
  • Rechtvaardigheidsgevoel: nemen het vaak op voor ‘zwakkeren’
  • Groot empathisch vermogen
  • Kunnen zich goed aanpassen aan anderen
  • Competitief

Dit is de jongste

Het jongste kind wordt vaak omschreven als de vrijzinnige losbol, die lekker zijn eigen gang gaat. De paden zijn immers door alle eerdere kinderen al vrijgemaakt. Bovendien zijn ouders met meer kinderen bezig, waardoor ze niet overal meer bovenop kunnen zitten. En als je bewust de jongste bent, genieten ouders daar langer van. Ze houden je, vaak onbewust, iets langer klein.

Dat laatste kan best weleens lastig zijn. Doordat je ouders (en soms ook oudere broers en zussen) je van alles uit handen namen, leer je als jongste kind minder goed om op eigen benen te staan.

  • Humoristisch
  • Creatief
  • Gaan liever voor iets dat bij hen past dan een goedbetaalde baan
  • Charmant
  • Chaotisch
  • Hoge verwachtingen van anderen

Nu ben ik natuurlijk vooral heel benieuwd of jullie bovenstaande herkennen (vanuit je eigen gezin of van vroeger)! Herken je karaktereigenschappen die horen bij jouw gezinspositie? Of totaal niet? Laat je het me weten in de comments?

Schrijf je in voor onze wekelijkse update en mis nooit meer een artikel! Je vindt het formulier rechts (desktop) of onderaan deze pagina (mobiel). En volg je Merel of De Mamagids al op Instagram?

Reageer je onder dit artikel? Weet dan dat we je mailadres nooit zullen gebruiken, ook niet om ongevraagde nieuwsbrieven of andersoortige mails te versturen. Dat doen we alleen als je je aanmeldt voor de wekelijkse update – met jouw toestemming dus.

©

Merel

Pedagoog in opleiding Merel (40) is alleenstaande moeder van vijf (Nova* 2020). Dol op zoetigheid en daardoor eeuwig aan de lijn, verdwaalt nog in haar eigen achtertuin en doet op haar eigen manier pogingen de wereld iets mooier te maken. In 2013 studeerde deze historica af op het onderwerp "Pedagogische boeken in de 17e en 18e eeuw". Dat vond ze zo leuk dat ze daarna zelf is gaan bloggen over de opvoeding. Haar leven? Chaos met een gouden randje!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Terug naar boven