Press "Enter" to skip to content

Column | Wat ik voor haar wilde doen, is allemaal weg

Gedachteloos trek ik die ochtend de gordijnen open bij Rose en May. Ken je dat gevoel nadat je een klusje hebt gedaan dat op je to do list stond? Zo voel ik me over de moestuin: ik heb gister zorgvuldig al het kleine onkruid tussen de slablaadjes vandaan getrokken. Je zag meteen resultaat en ik kijk blij naar beneden. Maar er is niks meer. De moestuin is leeg.

Niet veel later stampvoet ik naar beneden en vraag niet echt vriendelijk om een verklaring. Nadat ik gistermiddag naar binnen ging, heeft hij alle onkruid bij de trampoline verwijderd en hij dacht me een dienst te bewijzen door dat ook in de moestuin te doen. Dat wil zeggen, hij dacht oprecht dat de grote rucolaplant, de pompoen, komkommer, krop sla en inkarnaatklaver daar ook toe behoorden. Ik ben boos. Wat zeg ik, woest. Ik schreeuw over hoe stom het is en dat ik gister nota bene nog heb gezegd dat ik zelf alle onkruid al had verwijderd, maar binnen no time breekt mijn stem en komen de eerste tranen tevoorschijn.

Het draait namelijk niet om de plantjes die we daar in plantten aan het begin van de zomer, de trots toen de grote zonnebloem opkwam – ondanks het scharminkelige plantje dat we in de aarde zetten – en het gevoel dat ik eindelijk, ondanks mijn gebrek aan groene vingers, iets in de tuin tot een bescheiden succes heb gemaakt. Dat is bijzaak. In elke traan voel ik eigenlijk vooral hoe mijn project voor Nova is mislukt.

Hoe je met een overlijden omgaat is persoonlijk. De een stort zich op zijn werk, de ander neemt juist afstand en de derde start een ‘project’ om iets zinvols te doen. Voor mij gold dat laatste. Een moestuin stond al lang op mijn lijstje, maar het kwam er nooit van. Toen we de tuin deden, veranderde dat echter. Wat ik eigenlijk voor en met Nova had willen doen, zou ik nu uit haar naam starten. Dat voornemen deelde ik weliswaar met niemand – anders was Ro er misschien ook minder hard met een botte bijl doorheen gegaan – maar dat hoefde ook niet. Dit was voor mij. Toch iets nuttigs in alle verdriet.

Alle momenten die ik dus met Nova zou hebben besteed aan de verwondering van hoe een plantje groeit en bloeit. Elke seconde dat we onkruid zouden wieden met zijn tweetjes, van onze eigen salade aten (ik ken geen dreumes die sla lust, maar een mens mag dromen) of lachend zouden genieten van de vlindertjes die op alle plantjes afkwamen, wilde ik alsnog doen. Met ons meisje in gedachten bij me. Maar met het zien van de bijna kale moestuin voelen die voornemens nu als lege omhulsels, net zo bikkelhard weggesnoeid als de rucola.

Tuurlijk, je kan het allemaal relativeren. Het is maar een tuin, de plantjes zijn vervangbaar. Maar de symboliek van dit alles niet. Dat hing zo nauw samen met wat erin stond. Er komt een verdriet in me los dat ik al maanden niet meer zo heftig heb gevoeld. Het bijt, net zo hard als in het begin. Want hoe hoog ik mijn hoofd ook houd, hoezeer ik geniet van de andere dames en van de kleine dingen die het leven o zo mooi maken, zo mis ik haar ook nog welke dag evenveel. Ik probeer niet te vaak stil te staan bij ‘wat als’ omdat ‘wat als’ niet is. Dat neemt echter niet weg dat we incompleet zijn en blijven.

De rest van de ochtend voel ik me een beetje verloren. Alleen vooral, met mijn eigen verdriet. Het lastige van de situatie is namelijk dat niemand écht doormaakt en voelt wat ik nu voel. Niemand die kan doorgronden dat het snoeien van een moestuin zo oneindig veel bitterzoete tranen oplevert, die maar blijven stromen. De pijn die door mijn lijf trekt, is de pijn waarmee ik voor de rest van mijn leven zal moeten leren leven besef ik.

Juist daardoor kan ook niemand het oplossen voor me, hoe goed bedoeld ook. Niet met het planten van nieuwe stekjes, niet met en luisterend oor of een dikke knuffel en de woorden dat het allemaal wel goed komt. De eeuwige afwezigheid van Nova mag blijven steken; het is de kaart die het leven ons heeft gegeven en alleen ik zal moeten leren welke manier voor mij persoonlijk werkt om dat verdriet te dragen. En dat is niet erg, maar maakt het dus soms wel eenzaam.

Toch heeft het ook wel iets helends, merk ik. De pijn die ik al maanden niet meer zo scherp voelde, blijkt er nog altijd te zijn. Dat besef lucht op. Bovendien brengt het me op een vreemde manier toch dichterbij Nova, juist omdat mijn herinneringen aan haar – na de geboorte – zo doorweven zijn met tranen en verdriet. En ondanks dat ze helaas niet tegen me aan ligt te kroelen of door de kamer stapt, voelt ze dichterbij dan ik in lange tijd heb ervaren.

Ik kijk naar buiten. De mist in mijn hoofd trekt op. Tja, de moestuin is nu een troosteloos, kaal zootje met één zonnebloem als vlag op een sneue modderschuit, maar ik weet er toch een klein glimlachje uit en zie weer oplossingen. Die plantjes zetten we er wel opnieuw in, rucola koop ik wel bij de Albert Heijn en pompoen lustte ik toch al niet. Mijn boosheid is volledig verdwenen weg en maakt plaats voor lucht. De pijn is nooit weg, maar licht genoeg om weer te dragen.

En dat laat me maar weer zien hoe bijzonder het rouwproces is. Hoe heftig en verdrietig ook, zelfs op de meest verdrietige dagen zal er altijd weer een zon gaan schijnen. Ook in onze moestuin.

Schrijf je in voor onze wekelijkse update en mis nooit meer een artikel! Je vindt het formulier rechts (desktop) of onderaan deze pagina (mobiel).
En volg je De Mamagids al op Instagram?

Ook leuk om te lezen

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

© De Mamagids