Press "Enter" to skip to content

Column | De echo die alles anders maakte

Mijn buik is leeg. ‘Leeggezogen met een soort stofzuigertje,’ leggen we de curettage aan de kinderen uit in jip-en-janneketaal. Er zat geen baby in, zoals we dachten, maar een klomp cellen die zich op de verkeerde manier ontwikkelde. Een mola zwangerschap, zoals ze dat in medische termen noemen: wel een placenta, geen embryo.

Waar ik met acht weken en een dag stijf van de zenuwen plaatsnam bij de verloskundige, in de hoop op een goede echo, zag ik alleen een paar zwarte vlekjes op het scherm verschijnen: de kenmerkende druiventros. Op het moment dat ze dat in beeld bracht, wist ik eigenlijk al genoeg. Foute boel, toch een mola – iets wat ik een aantal keer tegen kwam toen ik via Google zocht naar de mogelijke oorzaken van wekenlang bloedverlies. En terwijl mijn gedachten overuren maakten, hoorde ik de verloskundige op de achtergrond vertellen wat de vervolgstappen waren.

Die middag zaten we in het ziekenhuis en bevestigde de gynaecoloog inderdaad wat de verloskundige al dacht. Drie buisjes bloed later mocht ik blijven voor een curettage, die avond nog als het even kon. Tijd om er echt bij stil te staan, hadden we niet. Je stapt in de achtbaan en die raast door tot alles achter de rug is. We probeerden de dag maar gewoon door te komen met humor, dikke knuffels en stilzwijgend, hand in hand kijken naar The Voice tot de verpleegkundigen me kwamen halen.

En toen was het ineens weer serieus. Terwijl ik in de operatiekamer enigszins zenuwachtig onder narcose werd gebracht (want wat als je, à la de horrorverhalen, ondertussen alles meemaakt van je operatie!), zat Ro in de ziekenhuiskamer te wachten en te wachten. In een kwartier tijd verwijderde de dienstdoende arts vakkundig onze toekomst die eigenlijk theoretisch dus geen toekomst was. Want er was geen embryo. Alleen dat stomme klompje cellen dat alles op zijn kop zette.

De wereld verwacht nu, geloof ik, dikke tranen en dat ik instort. Er wordt meewarig gehumd, meelevend geknikt als ik zeg dat ik me oké voel en ondertussen hoor je mensen bijna denken: ‘Arm kind, het besef komt nog wel.’ Alsof ik pas weer meetel als ik hele dagen lang aan het huilen ben. En misschien is het zo, dat de klap nog komt. Misschien val ik straks keihard onderuit en kan ik even helemaal niks meer. Maar misschien is dit ook gewoon mijn manier van verwerken.

Ik maak soms misplaatste grappen over wat er is gebeurd, probeer een andere keer enigszins uit te leggen hoe het gaat (maar dat ik me dus eigenlijk wel prima voel naar omstandigheden) en stort me op de grote schoonmaak in huis, die door de vermeende zwangerschap stil kwam te liggen. Doe ik in elk geval nog iets nuttigs.

Maar ondanks mijn houding zijn er natuurlijk heus wel tranen. De ene keer wel om wat er is gebeurd, een andere keer van geluk omdat ik zo intens dankbaar ben voor de drie relatief gezonde zwangerschappen die ik wel mocht meemaken. Voor de meisjes die ik op de wereld zette, maar zeker ook de man waarmee ik alles kan delen. Zonder oordeel of advies, alleen met het zachte kneepje in mijn hand wat ik op dat moment nodig heb.

Wat ik nog niet echt kan loslaten, zijn de onderzoeken in het ziekenhuis. Wat als het toch misgaat met de cellen die achterbleven? Wat als ik een chemokuur moet ondergaan? Maar tegelijkertijd probeer ik dat ook te relativeren: als het zo is dan kan je daar ook weinig aan veranderen door je continu zorgen te maken…

We gaan het allemaal zien. Ik hou jullie de op de hoogte van de doktersbezoeken en probeer het verder zo veel mogelijk maar ‘te beleven’ en ‘een plekje te geven’. Er is voorlopig maar één doel en dat is dat de hCG-waarde daalt. De rest komt vanzelf wel.

Liefs,
Merel

Ook leuk om te lezen

Be First to Comment

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

© De Mamagids