Press "Enter" to skip to content

Column | De eeuwige roker, zelfs nu ik gestopt ben

Roken is uit. Dat is natuurlijk maar goed ook hoor, met oog op onze dochters. Maar dat neemt niet weg dat ik zelf nog altijd – zelfs nu ik al ruim drie jaar geen sigaret meer heb aangeraakt – enorme zin kan hebben om te roken. Niet eens vanwege stress of iets anders. Gewoon aan het eind van de dag even bijkomen. De één doet dat met een uitgebreide yoga-sessie, ik vond mijn dagelijkse zen in die ene sigaret. Nou ja, tot een paar jaar geleden dus.

Vlak voor de zwangerschap had ik er namelijk ineens echt genoeg van. Ro rookt niet, nooit gedaan ook, en ik voelde me steeds bezwaarder dat ik het wel deed. Qua timing trouwens best handig, aangezien ik enkele maanden later zwanger was. Ik vond het ineens vies. Maar die associatie bleek helaas niet voor eeuwig: los van het goede voorbeeld dat ik wil zijn voor de kinderen, kamp ik inmiddels op gezette tijden toch weer met een sterke drang naar sigaretten. Als ik in mijn linkerhand een wijntje heb bijvoorbeeld. Of na een vermoeiende dag, als ik het liefst even buiten zou willen zitten in stilte – starend naar de sterrenhemel terwijl ik mijn longinhoud naar de knoppen help.

En dat is dus het gekke. Roken is een slechte eigenschap. Een vieze ook: het stinkt behoorlijk, zeker als je er zelf al in geen tijden een sigaret hebt opgestoken. Je weet dat het onverstandig is. En toch… De licht brandende rook die tot diep in je longen verspreidt, hoe je een tikje licht in je hoofd kan worden en het automatisme waarmee je sigaret bij je hoort als roker. Ik weet het, deze omschrijving klinkt eigenlijk meer als een pleidooi om er niet aan te beginnen, maar is tegelijkertijd tekenend voor hoe die verslaving werkt. Ondanks dat van elke letter afdruipt dat je er vooral nooit aan moet beginnen, lees je tussen de letters door ook hoe dolgraag ik weer eens zou willen.

Misschien zit de kern van mijn probleem ook vooral in het feit dat ik nooit een pakjesroker was. Dan kan je voor jezelf goedpraten ‘dat het pas echt erg is als je een heel pakje per dag rookt’. In mijn geval was het vaak maar één sigaret, van meer word ik misselijk. Daardoor lijkt het allemaal een stuk minder problematisch en denk je regelmatig dat eentje best moet kunnen. Ondanks dat je dan dus weer van voor af aan begint.

Ik weet namelijk zeker dat wanneer ik de eerste sigaret aansteek, ik vrijwel elke avond even naar buiten ga. Weer of geen weer – wat het stiekem eigenlijk nog sneuer maakt. Voor mij staat roken toch nog steeds gelijk aan tijd voor mezelf, stilte in je hoofd creëren en bijkomen van een drukke dag. Bovendien kan je er elk moment mee stoppen als je wil, hou je jezelf voor. Je wil het alleen niet, beweer je om het enigszins goed te praten.

Kortom, een rookverslaving is eigenlijk niets anders dan een vicieuze cirkel. Eenmaal begonnen, kom je er maar moeilijk meer vanaf. En dat is precies de reden dat mensen met flinke longaandoeningen nog steeds in staat zijn om voor de deur van het ziekenhuis, met het infuus in hun rechterarm, een peuk opsteken. Alsof het niets is. Wat ik afgelopen jaren dus vooral leerde van deze hele onderneming? Stoppen met roken is een eitje. Gestopt blijven de echte uitdaging…

Was jij ooit verslaafd aan roken? En zo ja, wanneer stopte dat verlangen helemaal?

               Praat je gezellig mee?

    Geef een reactie

    Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *