Press "Enter" to skip to content

Column | Dank je wel, lieve mama in de supermarkt

Het schaamrood brandt op mijn kaken. Terwijl ik me een weg baan door de bomvolle supermarkt, hangt Rose als een krijsende, worstelende zak aardappelen over mijn schouder. En uitgerekend vandaag is het extreem druk, waardoor ik het gevoel heb mezelf door een haag van veroordelende medemensen te moeten banen. Misschien hadden we hier vooraf over moeten nadenken: twee dagen voor kerst, half twee ‘s middags is waarschijnlijk niet het beste moment om met je dreumes op pad te gaan richting de supermarkt. Dat leidt gegarandeerd tot een drama, had je van tevoren ook wel kunnen bedenken. (Zit wat in natuurlijk, maar daarvoor is het nu te laat)

Waarschijnlijk zou ik me vroeger ook hebben omgedraaid voor zo’n gigantische hoeveelheid decibel. En, ik ben er niet trots op, grote kans dat ik ondertussen tegen Ro iets zou mompelen in de trant van: ‘Waarom maken die ouders geen korte metten met dat gekrijs? Zo houdt het natuurlijk nooit op.’ Maar nu ben ik zelf de Sjaak en ik vind de hele situatie behoorlijk gênant. Wat blijkt, nu ik dit zelf meemaak? Het ligt allemaal niet zo zwart-wit als ik altijd dacht.

Verderop staat een stel toe te kijken, naast me hoor ik gesmiespel. En misschien bedoelen ze er niets mee, maar ik voel me tot op het bot veroordeeld. Dit voelt zo onterecht! Het liefst zou ik willen uitleggen dat ze haar dag niet heeft, maar normaal gesproken (echt waar) een hartstikke leuk en rustig kind is. Tegelijkertijd, en dat is vooral hormonaal, zou ik net als mijn obstinate dochter tegen ze willen krijsen dat als ze het allemaal zo goed weten, ze het dan zelf maar moeten oplossen.

We kunnen niets anders dan de situatie uitzitten. Onze kleine Rose is bloedje chagrijnig en ik kan een compleet entertainmentteam uit de kast trekken, dat verandert helemaal niets. Ze voelt haarfijn aan dat ik me onprettig voel bij zoveel verbaal geweld; ik vermoed dat ze stiekem nog een tandje bijzet voor het effect. Van binnen weet ik dat ik die blikken van me moet laten afglijden, net als eventueel commentaar. En toch lukt het niet.

Juist op het moment dat ik van ellende even niet meer weet waar ik het zoeken moet, staat ze voor mijn neus: die lieve moeder, die me toevertrouwt dat ik me niet moet druk maken. Dat zij om deze reden haar zoon heeft thuisgelaten, maar dat ze weet hoe opgelaten je je kunt voelen. De tranen branden in mijn ogen, zo opgelucht ben ik met dit beetje begrip. Soms is dat namelijk alles wat je nodig hebt. Ik graai de laatste boodschappen bij elkaar en we wandelen naar huis. Ze valt in slaap. Ro knijpt even in mijn hand. ‘Zie je wel, niet meer zo druk maken volgende keer. Het lost zich vanzelf weer op.’

De lieve woorden van een andere moeder kunnen gewoon zoveel doen. Herkenbaar? Wil je jouw verhaal delen in de reacties?

               Praat je gezellig mee?

    Geef een reactie

    Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *