Press "Enter" to skip to content

Afscheid nemen van het eerste jaar | Rituelen

Afgelopen 15 oktober was alles echt achter de rug: Nova’s sterfdag, haar geboortedag en uitvaart – alles gebeurde toen in een hele korte tijd. Zoals je wel vaker leest, begon het rouwen daarna pas echt. Je houvast verdwijnt, je meisje is letterlijk weg en het leven strekt zich voor je uit als een eindeloze, enge vlakte waarin je geen idee meer hebt hoe je je daar ook alweer moest bewegen. Rituelen gaven houvast, dat eerste jaar, tot ze niet meer nodig bleken.

De revalidatie die leven heet

In het begin vergeleek ik het weleens met een vorm van revalidatie, wanneer mensen aan me vroegen hoe het ging. Je moet opnieuw leren leven. Herontdekken dat je mag lachen, dat het goed met je mag gaan en dat dat alles je geen ontaarde moeder maakt ten aanzien van je overleden kindje. Dat is verwarrend. Dingen die voorheen zo vanzelfsprekend waren, waren dat nu ineens niet meer. Ergens in het oneindige, rauwe en alles overspoelende verdriet moet je je weg opnieuw vinden. Een nieuw pad, dat past bij de ‘nieuwe jij’ – omdat de oude samen met je kindje is gestorven.

Zeker in het begin had ik zo mijn maniertjes om grip te houden op de chaos in mijn hoofd. Laatst besefte ik pas hoeveel dat er eigenlijk waren, maar ook hoeveel ik er ook weer heb los kunnen laten. Het laat je letterlijk zien dat je steeds beter op eigen benen kunt staan en het leven weer leeft. Een prettige gedachte, omdat ik zeker weet dat Nova het niet anders had gewild. En, zo zei ik laatst ook tegen Ro: na zo’n heftige gebeurtenis kan je twee kanten op. Of je valt weg en verliest nog meer dan wat je had, of je grijpt je tweede kans met beide handen aan. Hoewel ik besef dat die houding lang niet altijd een kwestie van kiezen is, ben ik blij dat we allebei voor de tweede kans mochten gaan. We zijn er nog niet, maar er is geen haast. Belangrijkste is dat we weer leven, voor de kinderen en onszelf.

Afscheid: rituelen uit het eerste jaar

Het schrijven in mijn dagboek

Eigenlijk begon ik hiermee op de ochtend nadat we hoorden dat haar hartje niet meer klopte. In eerste instantie zag ik er een beetje tegenop, omdat het – gek genoeg – pas écht wordt als je het zwart op wit hebt staan. Kort na de mededeling dat ze was overleden, zat ik in een soort ontkenningsfase, overgoten met een vleugje hoop dat het allemaal niet echt waar was. Maar toen ik eenmaal begon, kon ik bijna niet meer stoppen. Ik schreef eerlijker dan ooit tevoren hoe ik me voelde, over de wanhoop, de pijn en hoe ik het liefst wilde vluchten om de waarheid niet onder ogen te hoeven komen.

Het bood me houvast en ik ordende tijdens het schrijven mijn gedachten. Daardoor kreeg ik langzaam weer een beetje vat op de situatie en kreeg ik af en toe ruimte om helder te denken of lastige beslissingen te maken – waarvan ik daarvoor nog dacht dat ik het niet zou kunnen. Ik wilde geen moment overslaan, ook doordat dit de enige periode was waarin ik nog zo dicht bij Nova zou zijn. Elke seconde moest worden vastgelegd.

Inmiddels ben ik heel blij dat ik dit heb gedaan. Het biedt me inzicht in het proces waar we doorheen gingen. En natuurlijk lees ik het niet vaak terug – het blijft heel pijnlijk en het gevoel van toen komt weer precies terug – maar als de kinderen ooit iets willen weten, kan ik ze er alles over vertellen. Op 5 januari 2021 schreef ik mijn laatste dagboek. Daarna kwam het er niet meer van, of was het blijkbaar minder nodig om te doen.

Huilen onder de douche

De eerste dagen was de douche echt mijn heiligdom. Ik trok me er terug om echt alle emoties eruit te gooien die ik in mijn lijf had. Soms zo erg dat mijn rug kromde van de pijn en ik me intens wanhopig voelde. Bang dat ik nooit meer gelukkig zou kunnen worden, angst voor de toekomst. Daarbij ben ik het ermee eens als mensen zeggen dat je kinderen mogen zien dat je verdriet hebt, maar vind ik ook dat ze niet alles hoeven te weten en ervaren. Dit stukje verdriet was voor mij alleen.

Het was helend om een plek in huis te hebben waar je zo vrij kan zijn in je gevoel. Zeker voor iemand als ik, omdat ik normaliter niet het achterste van mijn tong laat zien. Als kind deed ik dat al niet, als volwassene is dat nog erger. Ik heb het ook niet nodig; ik troost mezelf en dat is prima. Door zo te kunnen huilen, lukte het me om de rest van de dag mijn schouders er (enigszins) onder te zetten en de kinderen te geven wat ze nodig hadden, samen met Ro. We vingen elkaar op als een team. Viel ik, dan stond hij er en andersom.

Logeren bij de kinderen

Tijdens mijn zwangerschap sliep ik vast in de babykamer. Dat vond ik een fijn idee, ook met oog op de periode na de bevalling. Dan zou ik samen met haar zijn in de nacht, maar kon ze wel in haar eigen bedje slapen. Vanaf het moment dat we onze meisjes echter vertelden dat Nova niet meer leefde in mijn buik, voelde ik intuïtief aan dat ik bij hen wilde slapen. Zo kon ik er voor hen zijn en het geborgen gevoel geven ’s nachts dat ze nodig hadden. Bovendien leek het me een crime om nog één nacht in de babykamer te liggen; dat had haar plek moeten worden, niet alleen die van mij.

Het bleek heel fijn. De kinderen voelden mijn aanwezigheid en sliepen lekker door, vonden het een klein ‘feestje’ dat mama kwam logeren en ik voelde me getroost doordat zij er waren. Het mes sneed dus aan twee kanten. Dat ik met 39 weken op het ‘uitschuifbed’ lag – een matras op de grond – kon me niet deren. Dit was precies wat ik nodig had. Na een ruime week was het genoeg. We rondden af met één laatste nacht en ik ging terug naar onze eigen slaapkamer, op zolder.

Stilstaan bij haar spulletjes

Hoewel ik er niet meer sliep, kwam ik elke dag in Nova’s kamertje. Ik raakte haar onbeslapen bedje even aan, de knuffelbeer die we hadden gekregen tijdens de uitvaart, de commode. Het werd een ritueel dat zich elke dag herhaalde, waardoor ik het gevoel had dat ze toch een plek had binnen ons gezin – ook al was ze er fysiek niet bij. Soms ging ik even zitten, om te laten bezinken wat ons was overkomen in de afgelopen periode.

Het gekke van dit soort rituelen is dat het ineens verdwijnt. Wanneer? Ik heb werkelijk geen idee. Het enige dat ik wel weet, is dat ik destijds pas een paar dagen later besefte dat ik al even niet in haar kamertje was geweest. En dat ik weer wat later binnenstapte en tot me doordrong dat ‘haar geurtje’ was verdwenen. Het rook er anders. Gek, maar tegelijkertijd ook onmiskenbaar symbool voor de tijd die onverstoorbaar doortikt.

Het delen van mijn dagboeken online

Een paar weken na de bevalling keek ik Ro peinzend aan. ‘Ik denk dat ik een deel van mijn dagboeken wil gaan delen op de blog.’ Hij vond dat ik daar zelf mijn weg in moest zoeken, als ik dat zou willen dan stond hij achter me. Nog geen halfuur later zat ik verwoed te tikken. Er vloeiden tranen, ik schaafde aan ieder woord; net zolang tot mijn pijn overging in een correctie van punten en komma’s. Het meest persoonlijke dat ik ooit online had gedeeld, maar tegelijkertijd volgens mij ook iets dat ik moest doen.

Hoewel je hoopt dat het niemand ooit nog overkomt, weet je dat er nu eenmaal helaas nog altijd kindjes overlijden kort voor de bevalling. Ik wilde die moeders helpen door mijn verhaal te delen, omdat je op dat moment zoveel houvast kunt hebben aan hoe een ander het heeft beleefd. Ik wilde hen laten zien hoe je door verschillende emoties heengaat, en dat het oké is. Dat je mag lachen, dat je enkele uren na de bevalling een hamburger mag eten zonder schuldgevoel.

Bovendien leek het me voor de omgeving wellicht fijn, handig of interessant om te zien hoe het met ons ging. Zo hoefde ik niet iedereen afzonderlijk het hele verhaal te vertellen en kon ik meer de diepte ingaan dan een ‘gewoon’ gesprek. Het biedt een kijkje in de keuken van een rouwende moeder, oneerbiedig gezegd. Veel mensen gaven later ook aan dat ze het waardevol vonden, en dat bevestigde mijn keus om veel te delen. Begin dit jaar was het genoeg en sloot ik af. Soms schrijf ik nog over Nova, over het verlies en hoe het met ons gaat, zoals in dit artikel, maar minder vaak. Het is goed zo en sluit aan op mijn gevoel: we zijn ouders van Nova, maar ook meer dan dat.

Niks willen aanraken of wegdoen

Lange tijd bleef haar kamertje toch een soort altaar; niks mocht echt aangeraakt of verplaatst, ik wilde niets wegdoen. Tot die ochtend dat de jongste twee met hun poppen naar boven vertrokken. Toen het na een tijdje best stil was, besloot Ro een kijkje te gaan nemen. Hij kwam weer beneden en vroeg me om mee te gaan.

Volledig onbewust van onze aanwezigheid stonden Rose en May hun poppen in te stoppen, in het bedje van Nova. Ze hadden de giraffe met geluiden op het bed gezet en die speelde zachte slaapmuziek. Aan de ene kant voelde ik de tranen weer branden: daar had Nova moeten liggen, het was haar plekje. Tegelijkertijd drukten ze me met de neus op de feiten. Het leven gaat door. De kinderen gaan door. En het feit dat ze zo vrij durfden te bewegen en hun eigen poppenkinderen daar in slaap lieten vallen, maakte dat het goed was.

Vanaf dat moment viel er toch een soort grens weg en werd het kamertje van Nova een plek waar ook wij weer gingen leven. Mijn bed, dat er nog steeds stond, maakte plaats voor een bureau waaraan ik kon werken aan mijn websites. Babyspullen gingen in een doos en op een gegeven moment kon ik zelfs een deel naar de tweedehands winkel brengen. Soms duurt het gewoon even voor je weer ruimte kunt maken; alles op zijn tijd.

Haar naam op de ruit van de douchecabine

Het ritueel dat het langst bleef, was dat ik haar naam elke dag op de ruit van de douchecabine schreef. Dat heb ik in een eerder artikel ook wel beschreven: het is de enige plek waar je de naam van je kindje nog kunt schrijven. Zo bleef ze in elk geval benoemd.

Dat ik hiermee stopte, besefte ik een maand geleden. We verruilden de cabine namelijk voor een douchegordijn en na een paar dagen drong tot me door dat ik haar nam al even niet had geschreven. Dat kon natuurlijk ook niet meer. In plaats daarvan deed ik het op de tegels, maar dat voelde toch niet helemaal hetzelfde. Ik denk dat er weer een stukje is afgesloten.

Voor altijd samen

Als je kindje overlijdt, blijft hij of zij voor altijd bij je. Dat overstijgt de dood. Nova zit in ons hart, ze wordt nog regelmatig genoemd door de kinderen en in de huiskamer staat een klein plekje voor haar met foto, kaarsjes en nog wat persoonlijke spullen. Ik hoef er niet dagelijks te kijken om te weten dat ze er is. Ze leeft voort in de keuzes die ik maak, de gedachten die ik heb en de dankbaarheid en nederigheid die ik voel sinds haar overlijden.

Dankzij haar ben ik opener en eerlijker tegen de wereld om me heen, durf ik mijn grenzen beter aan te geven en toe te geven aan hoe ik me voel – of dat nu vermoeid is, gelukkig of verdrietig. In tegenstelling tot vroeger probeer ik dat niet langer te forceren. Een verademing. De zestig-urige werkweek maakte plaats voor het volgen van de behoeften van de kinderen en mijzelf. Heb ik mijn dag niet? Dan stop ik om 11 uur ’s ochtends. Gaat het lekker, dan werk ik door.

Op die manier hoop ik in elk geval dat ons leven beter is geworden sinds die bewuste dag in oktober; dat de kinderen meer hebben aan ons als ouders en wij elkaar nog meer kunnen ondersteunen in wie we zijn. We hebben elkaar immers nodig om de stormen te doorstaan, ook als het een orkaan betreft – zoals in dit geval. Nu de rituelen langzaam vervaagd zijn en wij ons plekje binnen het gezin en het leven hebben hervonden, zie ik de groei die we maakten.

Ik ben trots. Op ons allemaal.

Schrijf je in voor onze wekelijkse update en mis nooit meer een artikel! Je vindt het formulier rechts (desktop) of onderaan deze pagina (mobiel).
En volg je De Mamagids al op Instagram?

Ook leuk om te lezen

One Comment

  1. Corina Corina 20/10/2021

    Indrukwekkend en prachtig beschreven. Hou van jullie❤️

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

© De Mamagids